Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een volksvergadering samengeroepen naar Kleinfontein, ■3(i mijlen van Pretoria.

Op den bepaalden dag waren omstreeks 5000 Boeren met hunne familiën daar bijeen. Allen waren gewapend; ze trokken hun wagens in laager alsof er een aanval op hun kamp zou gewaagd worden. Joubert bracht verslag uit van zijn laatste bezoek in Pieter Maritzburg en eindigde met deze woorden:

„ De Hooge Commissaris wil dat gij u zult onderwerpen; ■en gij kunt alles krijgen wat gij begeert, maar onder de Engelsche vlag. Ik kan u dit, met de geschiedenis van Zuid-Afrika voor oogen, niet aanraden. Sir Bartle Frère wil dat ge zult weten, wat wij in Engeland gezien hebben. Zeer goed; wij hebben gezien dat Engeland machtig is, zóo machtig dat het schijnt alsof we ons tegen Engeland niet verzetten kunnen; zoomin als met de hand aan den hemel reiken. Maar ik zie op een Hoogere Hand boven ons, en indien Engeland zoo sterk was dat het mij tot «tof kon vermorzelen, dan zou ik, met Hare Hulp, liever vermorzeld worden dan mijne vrijheid opgeven. Ik heb het aan Z. Exc. duidelijk gezegd, dat het volk zijn onafhankelijkheid wil terughebben, en met niets minder tevreden is. Doch wij moeten tot het uiterste trachten ons doel langs vreedzamen weg te bereiken. Of wilt gij u misschien onderwerpen? De meerderheid van het volk moet beslissen."

Bartle Frére was uitgenoodigd om te komen en voldeed ook aan zijne belofte, maar hij reisde ontzettend langzaam. Hij heeft daar naderhand genoeg berouw over gehad en zou wel wat vlugger voortgemaakt hebben, indien hij had kunnen voorzien hoe de Boeren hun tijd zouden gebruiken gedurende de dagen die zij op hem wachten moesten. Sir Owen Lanyon, zijn administrateur, verzocht liet driemanschap om de Boeren naar huis te zenden en niet langer in zoo groot en getale gewapend bij elkander te laten. Hij kreeg echter het lakonieke antwoord dat allen „huis toe" zouden gaan zoodra ze den gouverneur gesproken hadden.

De Boeren hadden duizenden ossen en paarden bij zich

4

Sluiten