Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■als noodig was. Op de plaats aangekomen, vroeg de bode wat hij zou opschrijven.

„Wel", hernam Joubert, „neem de Kaffers maar. De Engelschen beschuldigen ons toch altoos dat we slaven houden en de Naturellen zullen samen wel zooveel waard zijn.'*

Daarop werd een bebouwd erf aangeslagen en kort daarna gerechtelijk verkocht.

Joubert was de eenige niet, die zich op zulke wijze tegen het geweld verzette. In het district Potchefstroom waren 127 Boeren aangeschreven, die allen even weinig lust hadden •te gehoorzamen. Ze wendden zich tot Petrus Andries Cronjé, len commandant van het district, die toen reeds een man van veel invloed was. Dat was een kolfje naar zijn hand! Hij gaf hun den raad allen te antwoorden dat zij den 7'" October 1880 aan het kantoor van den landdrost zouden komen om te betalen. Op den bepaalden dag reed hij aan het hoofd van de 127 de plaats binnen en begaf zich naar het kantoor; het geld in den zak. Daar las hij het volgende stuk voor.

„Wy, de ondergeteeken Jen, burgers van de wijk Schoonspruit, district Potchefstroom, erkennen de ontvangst van uwe aanschrijvingen tot het betalen der belastingen, welke -door ons zouden verschuldigd zijn, en geven te kennen: Dat wij ten allen tijde bereid zijn eenige belastingen, aan ons wettig gouvernement verschuldigd, te betalen; dat wij •echter meenen, dat gij, handelende voor en ten behoeve van het Britsche gouvernement — hetwelk zich op een onwettige wyze, en tegen onzen wil van ons land heeft meester gemaakt, en zich aan ons opdringt - niet gerechtigd ziit die belastingen ten behoeve van dat gouvernement van ons te eischen, daar het door ons niet als een wettig gouvernement wordt erkend, omdat wij tegen hetzelve protesteeren en liet nooit eerbiedigen zullen vóór' het ons, volgens recht en billijkheid, teruggeeft hetgeen het ons met verkrachting van alle rechten, wetten en tractaten heeft •ontnomen, opdat de meerderheid der bevolking het erkenne,

5

Sluiten