Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Transvaal had de keus tusschen slaaf en voetwisch van Chamberlain en zijn medeplichtigen te worden, of op leven en dood zich te verdedigen. Het koos het laatste — tot zijn eeuwige eer!

Het spreekt vanzelf dat de Republiek na den Jamesonrooftocht, en vooral nadat de medeplichtigheid van Engelands voornaamste regeeringspersonen daaraan overtuigend gebleken was, zich zoo goed mogelijk wapende om dezen dieven voortaan het hoofd te kunnen bieden. Onder voorwendsel dat de Engelsche koloniën in Afrika bedreigd werden, waar niemand in de Republieken aan dacht, en dat de belangen van de „Uitlanders" werden benadeeld, wat men zelf wist dat een grove leugen was, bracht de Engelsche minister van Koloniën, Chamberlain wien door zijn medeplichtige, minister Salisbury, de vrije hand gelaten werd, in den zomer van 1899 een zeergroot leger op de grenzen van Transvaal bijeen. Steeds stouter werden zijn eischen, maar bijna alle werden ingewilligd. Chamberlain nam ze eindelijk aan, maar in bewoordingen waarin ieder eerlijk man een weigering moest lezen. Onderwijl vergrootte hij Engelands strijdkrachten. Zijn poging om President Steyn en den Oranje-Vrijstaat tot meineedigen te maken en hun verbond met de Zuid-Afrikaansche Republiek te doen breken, leed jammerlijk schipbreuk op de eerlijkheid en geestesadel van de Zuid-Afrikaners, welke in de oogen van een man als Chamberlain slechts laakbare roekeloosheid zijn. Hij en zijn vrienden, de bezitters van de goudshares, wilden en moeten oorlog hebben, nu de diefstal zonder moord mislukt was. Ten slotte brachten ze het zoover dat zij de vermoorde onschuld konden spelen, want de Zuid-Afrikaansche Republiek verklaarde den oorlog — en niet Engeland deed het. Een welkome gelegenheid om roofzucht en heerschzucht te dekken met het masker van een walgelijk farizeisme, dat echter geen enkel beschaafd en rechtschapen mensch over de geheele wereld de oogen verblind heeft. Niemand staat aan de zijde van Engeland dan het liooge en lage gemeen in Engeland zelf.

Sluiten