Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen niet wisten. „Die heeft zulk een grappigen naam: Ben Dobbs. Hij is wel eens meer in Holland geweest en zal bij Jacob blijven tot na den grooten wedstrijd."

Op dit oogenblik waren Jacob Poot en diens neef Ben Dobbs bij hen.

„Goeden avond, jongens," zei de dikke Jacob op vroolijken toon. „Dit is mijn neef, Ben Dobbs. Hij is een John Buil')"

Allen drongen zich, volgens jongensgewoonte, om de nieuw komenden heen. Ben, die het Hollandsch vrij wel verstond, maar in het spreken de Engelsche constructie behield en er tusschenbeide een vreemd woord tusschen gooide, zeide „dat hij would maken heel gaarne kennis mit de Holland boys."

„Jongens," vervolgde Jacob, 11a de eerste begroeting. „Wij, mijn neef en ik, hebben een aardig plannetje gevormd. We hebben nu vacantie tot na Nieuwjaar, zooals je weet. N11 heeft Ben nog nooit Den Haag gezien en zou dol graag daar eens wezen. Wat zou je er van denken, om met ons beiden den tocht mee te maken?"

„Naar Den Haag! Wat een eind!" zei Karei.

„Welnu, we behoeven 't niet in één dag te doen. We moeten geld bij elkander leggen en dan een nacht in Leiden of Haarlem logeeren."

„Uitmuntend!" riep Lodewijk van den Helm uit. „Dat zal een pret zijn."

„Hoe meer zieltjes hoe meer vreugd," zeide Jacob. „Dus jongens! Wie van jelui gaat er mee, natuurlijk als je ouders 't willen toestaan?'

„Ik, ik, ik!" riepen allen te gelijk.

„Ik ook!" riep Frans van Bree.

„Maar kereltje!" zeide Jacob, terwijl zijn dikke buik van

') John Huil. de scheldnaam dien de Amerikanen nan de Engelsehen geven — deze noemen daarentegen hun overzeesche naburen: Brother Jonathan.

Sluiten