Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het museum van schilderijen in het Trippenhuis te bezichtigen. Daar het voor laatstgenoemd gebouw nog wat te vroeg was, stapte men dè Martelaarsgracht op, den Nieuwendijk over en bewonderde intusschen de mooie winkels, vooral dien van Sinkel, Wille en Bahlman.

„O, die moest je 's avonds eens zien bij het gaslicht!" zeide Peter, die wel eens op dien tijd in Amsterdam was geweest.

„Dat ik kan gelooven," zeide Ben. „But bij ons in Londen daar zijn still grooter shops!"

„Zoo, ben je wel eens in Londen geweest?" vroeg Lodewijk.

„Certainly. Dat is een groot stad, much grooter dan Amsterdam."

„Daar heb je nu 't paleis," zeide Jacob Poot tot zijn neef. „Vindt je dat geen mooi gebouw?"

„Voor een paleis, neen," antwoordde Ben. „Bij ons in Londen je heb meer schoone paleizen."

„Dat wil ik wel gelooven," antwoordde Jacob. „Dit huis werd gebouwd voor een stadhuis."

„Voor een stadhuis? Wat doe je meen?"

„A townhuis," verbeterde Peter, die het Engelsch, zooals wij reeds gezien hebben, zeer slecht uitsprak, „'t Is gebouwd op 1365'.) palen, die alle in den grond geheid zijn."

.Ik doe 't niet begrijpen," antwoordde Ben.

Frits Verdam vertolkte 't hem.

„En als je het paleis zien wilt, dan is daar wel de gelegenheid toe," voegde hij er bij. „Ik ken den zoon van den concierge en die heeft mij al zoo lang uitgenoodigd, om het eens te komen zien. Je moet echter niet denken, dat je er een machtig mooi ameublement zult vinden. Het stadhuis werd in den tijd van Koning Lodewijk van Holland voor 't eerst tot paleis ingericht, en sedert dien tijd geloof ik, dat er niet veel aan veranderd is, zoodat alles er zeer ouderwetsch uitziet."

„En dat voor een koninklijk paleis!" riep Ben uit.

Zilvehkn Schaatsen. 3

Sluiten