Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hangen ter herinnering aan de verovering van Damiate. Ziet gij op die geelkoperen grafplaat wel dat roode spijkertje?" vroeg hij een oogenblik later.

„Welnu, wat zou dat?"

„Dat spijkertje wijzen alle oprechte Haarlemmers aan hun jonge kinderen en vertellen daarbij, dat onder dit graf een kindje begraven is, hetwelk zijn moeder geslagen heeft, en dat nu tot straf het vingertje, waarmede het haar heeft aangeraakt, niet is kunnen verrotten, maar door het koper is heengekomen. — Hier op den muur ziet gij een steen, aan onzen grootsten dichter, Willem Bilderdijk, gewijd; die twee afmetingen daar zijn van den grootsten en den kleinsten man, die Haarlem heeft opgeleverd: den grootsten, langsten namelijk, Cajanus, en den kleinsten, Simon Jane Paap, die echter te Zandvoort geboren was."

„Papa heeft mij wel eens verteld, dat hier in vroeger tijd ook een Sparenwouwer reus rondgewandeld heeft, die Klaas van Kieten heette en familiaar zijn pijp aan de stadslantaarns aanstak," zeide Peter.

„Ik doe niet recht verstaan dat woord," zeide Ben. „Wat is dat voor een soort van reus, een Sparrewou?"

„Dat wil zeggen een bewoner van het naburige dorp Sparenwoude, hetwelk wij in de verte aan onze rechterhand zagen liggen, toen wij over de vaart reden."

„Die kogel daar in den muur is nog van den tijd van het beleg in 1573," zeide Frits. „De Haarlemmers vertellen u, dat de Spanjaards, die hun kanonnen op het huis te Kleef geplant hadden, aan een boer vroegen, waaide preekstoel was, omdat zij dan zoo den dominee konden doodschieten. De boer wees opzettelijk een pilaar te veten daardoor schoten zij mis. Gij begrijpt echter wel, dat het een sprookje is: het huis te Kleef is veel te ver, om hier te raken. De kogel is echter wel van den tijd van het beleg, maar tot gedachtenis hier in den muur gemetseld."

Intusschen bespeelde de organist het orgel, terwijl de

Sluiten