Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het land in nood was, doordien wij oorlog met uw volk gekregen hadden, ter zee ging varen en zulk een heldenmoed toonde, dat de Staat hem een gouden keten en 500 gulden vereerde. En toen het land uit den nood was, ging onze Jan weer even bedaard aan 't schoenflikken als te voren. Later weer in dienst getreden, stierf hij den heldendood. Een zijner nakomelingen heeft in het huis, vroeger door den dapperen schoenlapper bewoond, een blauwen steen met een opschrift doen plaatsen. Ten vijfde kunnen wij naar Kraantje-Lek gaan en den Blinkert beklimmen , op welken Witte van Haamstede ') eens den Hollandschen liebaard plantte en van welks top wij een heerlijk gezicht over de blauwe Noordzee hebben. Ten zesde kunnen wij den Hout bezoeken."

„Den Hout? Wat is dat?" vroeg Ben.

„Een fraai bosch, dat met Haagsche en Alkmaarder waarschijnlijk één geheel heeft uitgemaakt. Het is in 1822 door den architect Zocher in den bevalligen toestand gebracht, waarin het nu is. Ten zevende kunnen wij in dien Hout het monument van Koster gaan kijken, of het fraaie paviljoen, nog door een landgenoot van u, den bankier Hope, gebouwd, later door Koning Lodewijk voor drie ton gekocht en, na het vertrek der Franschen, domeingoed geworden. Er bevindt zich thans een heerlijk museum van schilderijen; ten achtste...."

,.Houd op!" riep Peter. „Als wij alles zouden willen bezien, dan mochten we nog wel een dag langer hier blijven. Wij zullen ons maar bepalen tot twee zaken: den Hout en den Blinkert, of Leiden?"

„Leiden!" riepen allen, behalve Ben, die wel lust zou gehad hebben, om den Blinkert te beklimmen en van daar een kijkje op de zee.

„'t Is zoo maar 't best ook," zeide Frits Verdam tegen

') Zie mijn „Schildknaap van (ïysbrecht van Anistel",

Sluiten