Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wel, haar juweelen en beste kleederen," zeide Karei.

„Neen — haar snooden echtgenoot, den wreeden burchtheer," hervatte Frits. ..En haar daad was des te mooier, daar de wreedaard ook voor haar steeds een tiran geweest was."

„En wat deed het volk nu?" vroeg Peter.

„'t Was getroffen door die edele daad en liet den burchtheer vrij; maar het kasteel werd vernield."

„Kom, dat is nooit gebeurd!" riep Karei Schimmel uit. „Hoe zou een zwakke vrouw zoo'n grooten kerel hebben kunnen dragen!"

„Nu, de vrouwen van Weinsberg hebben het toch ook wel gedaan," verzekerde Frits.

„Ik geloof het wèl," zeide Jacob Poot. „Ik ten minste zou geen vrouw willen hebben, die niet hetzelfde voor mij zou doen."

„Ik zou haar beklagen, Jacob," antwoordde Peter lachend, „indien zij zulk een vracht moest dragen als jij bent. Drie man zouden werk hebben, om je voort te sjouwen."

„Nu dan, 't zou mij genoeg zijn, als zij 't wilde doen," hervatte Jacob.

„Dus zou je don wil voor de daad nemen?" vroeg Peter. „Doch wie weet er nog een historie, Haarlem betreffende?"

„Meen je van het beleg?" zeide Lodewijk.

„O, neen, daar hebben we in het boekje van Andriessen ') reeds zooveel van gelezen, dat het voor ons geen nieuws meer is."

„Ik weet nog iets, dat ik eens in een boek gelezen heb," zeide Jacob. „'t Is een heel mooie historie."

„Nu, vertel dan!" riepen allen te gelijk.

„Goed, maar dan moeten we nog wat zachter rijden," antwoordde de dikkerd. „Anders kan ik onmogelijk vertellen."

„Best," antwoordde Peter. „Jongens! Wat meer piano aan."

') Adolf en Clnrn.

Sluiten