Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broertjes en zusjes, die al gerust sliepen, en daarbij aan den kouden treurigen nacht! Maar als hij zijn vinger wegtrok, dan zou het verbolgen water, dat hoe langer hoe toorniger werd, weer doorzijpelen, het gat zou grooter worden en niet tevreden zijn, vóór het de stad overstroomd had! Neen, hij zou het tegenhouden, tot het daglicht aankwam, indien hij ten minste zoo lang leefde. Hij was er niet zeker van, of dat zoo lang zou duren; want wat beteekende dat vreemde gesuis in zijn ooren? En was 't niet, of hij van hoofd tot voeten met messen werd geprikt?

„Met het aanbreken van den dag kwam er een geestelijke, die dien nacht aan het bed van een stervende gewaakt had, den dijk langs en meende een zacht gekerm te hooren. Hij boog zich voorover om te zien wat het was en zag een kind, dat van pijn in elkander kromp.

„In 's Hemels naam, jongen! Wat doe je daar?" riep hij uit.

„Ik hou het water tegen, dat door den dijk zijpelt," antwoordde het kind met flauwe stem. „Zeg, dat zij gauw komen." ')

„Ik behoef u niet te zeggen, dat er spoedig hulp kwam en dat Haarlem zoo door een kleinen knaap gered was," eindigde Jacob.

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Hoe goed het kan zïjn, als men in een kouden winternacht zonder dek ligt.

Nadat Jacob Poot zijn verhaal geëindigd had, gaf de kapitein bevel om harder te rijden, en voort ging het langs de gladde baan, als hadden zij de vleugels van Mercurius onder de voeten gebonden. Hoe verder zij van Haarlem

') lk Iaat deze lieve legende voor rekening van de Schrijfster.

Zilvebek Schaatsen. 5

Sluiten