Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En heeft je papa je geen bijzonderheden van die ramp verteld?" vroeg Frits.

„O ja, en ik wil er je wel een paar van meedeelen, die ik nog onthouden heb, als ik de namen nog maar weet," antwoordde Peter. „Zekere mijnheer Van Staveren, bij wien papa dikwijls aan huis kwam, zat in zijn woonvertrek te schrijven, terwijl zijn vrouw met haar eenig kindje bij hem in de kamer was. Eensklaps ziet papa's vriend een licht, sneller dan dat van den bliksem, en op hetzelfde oogenblik is hij inet al zijn huisgenooten onder het puin bedolven. Vreeselijk gekwetst worden zij er onder vandaan gehaald; doch het arme kind is verpletterd. Dominee Broes, bij wien papa op de catechisatie ging, en diens echtgenoot werden ook onder de pninhoopen van hun huis begraven: zij werden gered, maar hun dienstboden verloren het leven. Gelukkig, dat de departementale school juist uit was; anders had een menigte schoolkinderen het aantal slachtoffers aanzienlijk vermeerderd. Toch waren er nog een twaalftal, die tusschen de morgen- en middagschooltijden overbleven, onder wie een zoontje van professor Van der Palm. Al die twaalf kinderen, benevens twee van den onderwijzer zelf, werden levenloos onder het puin vandaan gehaald. Onder de vreeselijke gevallen, welke papa zich nog herinnert, is ook dat van een gezelschap van veertien personen, dien morgen met een pleizierjacht uit Den Haag gekomen. Zij zaten juist aan een vroolijken maaltijd bij den lieer Struick, toen eensklaps het huis boven hun hoofden instortte en ze allen in een oogenblik een prooi des doods werden. Gelukkig was de vacantie der academie nog niet uit en werd er geen student gemist: twee professoren echter, de heeren Luzac en Kluit, lieten bij het ongeval hun leven."

„Vreeselijk!" riepen Ben en Frits uit. „En hoeveel inenschen kwamen er wel bij om?"

„Honderd en vijftig, en ongeveer twee duizend werden er gekwetst. Maar daar zijn wij aan het museum van oud-

Sluiten