Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Alsof ik 't alleen was," zeide Jacob. „Er waren nog svel anderen, die even moe waren als ik."

„Nu, hou je maar niet groot, vriendlief," zeide Frits. „Trouwens, 't is je niet kwalijk te nemen. Je hebt vrij wat meer mee te sleepen dan wij."

„Dat heeft hij," bevestigde mevrouw Yan Gent. „En aiu — wat zijn de plannen voor morgen?"

Mijnheer Van Gent ontwikkelde zijn plan voor den volgenden dag. Daar wij echter ons zestal op de uitvoering daarvan zullen vergezellen, wil ik dat niet mededeelen en zullen wij ook de verdere gesprekken van dien avond niet beluisteren, maar laten wij liever de jongens wat tijdig naar bed gaan, om den volgenden morgen vroeg bij -de hand te zijn.

„Je zult je wat moeten behelpen, jongens," zeide mevrouw Van Gent. „Ik ben niet ingericht op zes logés en dus zul je twee aan twee moeten slapen. Ik heb gedacht, als Peter en Lodewijk, Jacob en Ben, Karei en Frits samen wilden slapen, dan zou dat heel goed gaan."

„Opperbest!" zeide Peter, die den hemel dankte, dat hij niet weer naast de mummie zou behoeven te liggen en van een ijsberg van duizend voet zou droomen.

Ook de anderen vonden die schikking goed, en zoo trok men reeds om tien uur naar bed. Dat was een ander logies dan den vorigen nacht. Ieder tweetal had een afzonderlijke kamer, keurig gemeubeld en van een ledikant voorzien, zóó ruim, dat er wel drie jongens naast elkander in hadden kunnen liggen, zonder elkander te hinderen. En dan zulke heerlijke bedden en zoo'n lekker dek! En op elke kamer een brandend nachtlicht — hetgeen den jongens trouwens niet kon schelen, daar zij toch met hun oogen toe sliepen en in het donker net zoo goed konden zien als zonder licht, 't Duurde dan ook niet lang, of zij lagen te slapen als rozen en droomden.... doch hoe zal ik u de droomen van zes levenslustige knapen vertellen? Daarenboven — droomert is bedrog.

Zit.veren Schaatsen. 7

Sluiten