Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze wond, waarin het kond vuur kwam, kostte haar het leven."

Aan het dorp gekomen, stapte men weer in het rijtuig.

„Die kerk," zeide mevrouw Van Gent, „stond vroeger midden in het dorp."

„Is zij dan verzet?" vroeg Frits.

„Wel neen, maar bij de verschillende hooge vloeden, door welke Scheveningen geteisterd is, zijn al de huizen, die aan den zeekant stonden, weggespoeld."

„Vreeselijk!" riep Jacob uit.

Men reed nu den schoonen, met boomen beplanten weg langs, naar het plan van Constantijn Huijgens aangelegd, en gedacht bij het voorbijrijden van „Zorgvliet" aan onzen volksdichter Jacob Cats, die deze plaats heeft aangelegd, wiens gedichten bij onze voorouders in huis- en pronkvertrek een plaats hadden naast den Staten-Bijbel en van wiens zinrijke spreuken er nog ten huidigen dage in den mond van het volk leven. Daarna reden zij het schoone Willemspark met zijn prachtige villa's door, bewonderden de Alexanderstraat en de Mauritskade, en lieten zich brengen tot aan het oude paleis in het Noordeinde, waar zij uit het rijtuig stapten, dat mevrouw Van Gent naar huis zou brengen, nadat deze haar man wèl op 't hart gedrukt had, om toch tegen het koffiedrinken thuis te zijn, daar de jongens anders flauw zouden vallen van den honger.

„Hier staan wij nu tusschen twee paleizen," zeide mijnheer Van Gent, nadat het rijtuig was weggereden. „Dat aan uw linkerhand is het oude huis van Van Wassenaar Obdam en heeft zijn front op den Kneuterdijk."

„Is dat van den admiraal Van Wassenaar Obdam, die in den tweeden Engelschen oorlog in de lucht vloog?" vroeg Peter.

„Van denzelfden. Een graftombe is voor hem opgericht in het koor der Groote Kerk."

„Daar hij wel toch zelf niet ligt onder," zeide Ben.

^Natuurlijk niet. Het paleis aan onze rechterhand is dat

Sluiten