Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst het museum van Japansche, Chineesche en andere curiositeiten en eindelijk, in de laatste zaal, de histoiische overblijfselen, 't Meest werd de aandacht onzer knapen geboeid door het gewaad, dat Prins Willem I had aangehad, toen hij te Delft door Balthazar Gerards vermoord werd. Duidelijk kon men de plaats zien, waar de kogel was doorgegaan. Daar lag ook het hemd van den grooten man, nog gekleurd van het edel bloed, dat hij voor ons land veil had gehad, de uitgesneden kogel met een paar beentjes, die door het vuurwapen verbrijzeld waren, de pistolen van den moordenaar met zijn sententie, zooals die binnen Delft is uitgevoerd. Verder zagen zij er geuzennappen, geuzenpenningen, zilveren schotels, aan onze grootste zeehelden ten geschenke gegeven, groote haakbussen, oude pieken; ook uit later tijd, den stoel, waarop Cliassé in de citadel heeft gezeten, en een geweer, afkomstig van het in de lucht gesprongen schip van Van Speyk.

Maar wat vooral Ben het meest belang inboezemde, was het Oudhollandsche huis in schildpadden kast, eens voor Czaar Peter van Rusland vervaardigd, en dat zulk een duidelijke voorstelling bevat van het ameublement onzer voorouders.

Daarna begaf men zich de trap op naar het schoone museum van schilderijen door oude meesters. Als de tijd niet gedrongen had, zouden de knapen gaarne langer hebben vertoefd voor de ontleedkundige les van Rembrandt, voor den stier van Potter, den veldslag van Wouwerman, en zoo menig stuk, dat niet alleen groote kunstwaarde bezit, maar ook zelfs den oppervlakkigen beschouwer door zijn meesterlijk navolgen van de natuur boeit.

„Wij moeten naar huis, jongens," zcide mijnheer Van Gent, „anders krijgen wij knorren van mijn vrouw en wat erger is — koude koffie.'

„Is dit huis gebouwd door Prins Maurits, die vocht in het slag at Newpoort?" vroeg Ben, toen zij de trappen van het museum afgingen.

Sluiten