Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, Ben. Het is gesticht door Joan Maurits van Nassau, den held van Brazilië, en gebouwd door den beroemden Jacob van Kampen, den bouwmeester van het paleis van Amsterdam, en Daniël Stalpert. Maar zie nu eens hier. Dit is het standbeeld van Willem den Zwijger, denzelfden, wiens ruiterstandbeeld gij in het Noordeinde hebt gezien."

„En wiens kleeren op het Prins-Maurits-huis waren," zeide Jacob.

Toen zij bij mevrouw Van Gent kwamen, zat deze hen reeds met de koffie te wachten, of liever, ter eere van Benjamin en ten genoegen van den eetlust der vijf andere jongens, met een soort van luncheon of Engelsch ochteuddiner. Onder het vertellen van wat men gezien had, werden verdere plannen voor dien dag besproken. De jongens, zeide mijnheer Van Gent, moesten hun schaatsen medenemen, dan zou men, na eerst de kanongieterij te hebben bezien, een wandeling door het Bosch doen en vervolgens, te midden van de beaumonde van Den Haag, op de vijvers schaatsenrijden. Daarna zou men een bezoek brengen aan het Huis ten Bosch en vervolgens naar huis l ijden om te dineeren; terwijl mevrouw Van Gent als voorwaarde stelde, dat zij het verdere van den avond zouden uitrusten en in den huiselijken kring slijten, als wanneer zij ze op een glas warmen wijn met bisschop en wentelteefjes zou trakteeren.

„En dan gaan jelui morgen per spoortrein naar Amsterdam terug," eindigde zij.

„Per spoortrein, Marie?" vroeg Peter. „Dan zal men ons in Broek uitlachen."

„Laat men lachen," zeide Jacob, die alweer meer trek had om rust te nemen, dan zich in te spannen. „Ik vind het voorstel van mevrouw Van Gent lumineus."

„'t Zou een schandelijk eind van onzen tocht zijn," zeide Frits.

„Mijnheer Van Gent is in 't gelijk", zeide Ben. „Wij

Sluiten