Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Griete was al verdwenen. Verborgen achter een kist, die in een donkeren hoek van het vertrek stond, bevend over al haar leden, bespiedde zij al wat er in de hut voorviel.

Dokter Broekman en zijn assistent trokken hun overjassen uit. Hans bracht een kom vol water, welke hij op bevel van den geneesheer naast het bed plaatste, en vrouw Blinker kreeg een paar oude beddelakens uit de kast, overblijfsels van vroegere tijden en braaf versleten, doch voor het gebruik, dat er van gemaakt moest worden, des te beter geschikt.

„Nu Hans, kan ik op je rekenen?" vroeg de dokter.

„Dat kunt gij, dokter."

„Zeer goed. Ga jij nu daar staan, dan kan je moeder naast je zitten."

„Hoor eens, vrouwtje," ging hij tot vrouw Brinker voort. „Ik moet je verzoeken, geen kik te geven en niet flauw te vallen."

Vrouw Brinker antwoordde hem slechts met een blik. Hij was tevreden.

Hij wenkte den student. Deze nam de vreeselijke instrumenten van de tafel af en ging er mede naar het bed van den zieke. Nu kon Griete 't niet langer uithouden. Zij kwam uit haar schuilplaats te voorschijn en snelde de hut uit.

't Was vol op het ijs van de vaart. Waarom ook zouden de kinderen van Broek hun vacantietijd laten voorbijgaan, zonder ruimschoots hun geliefd wintervermaak te genieten? Daar waren er een aantal, al waren onze zes jongens er ook niet bij, en onder deze ook Frans van B. 'ce, de dappere aap zonder staart, zooals Jacob hem genoemd had.

„Wat is dat daar ginds?" riep Frans eensklaps uit, terwijl hij stilstond.

Zilveren Schaatsen. 8

Sluiten