Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe jacketje is zoo mooi, 'k heb nog nooit zoo iets moois gehad! — God heeft zoo lang voor mijn vader gezorgd; Hij zal 't nu ook wel doen, als die twee mannen maar weg waren. — Kijk, daar staan ze allebei op het dak van ons huis! — Neen, 't zijn moeder en Hans. O,

neen! 't zijn maar een paar

vogels.

En weder hield Griete beide handjes voor haar oogjes en schreide, en schreide zóó luid, dat men 't wel in de hut had kunnen hooren.

Eensklaps voelde zij een vreemde hand op haar Ö& schouder leggen.

„Sta op, Griete,"

zeide een vriendelijke stem. „Sta op, kind! Andeis heb je nog kans om te bevriezen."

Griete keek verschrikt op. 't Was de lieve Hilda de Bruyn.

„Sta op, Griete, en ga in de hut," vervolgde het lieve meisje. „Is dat nu weer, om buiten op de steenen te zitten?"

Sluiten