Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O, neen, juffrouw," zeide het kind, terwijl zij opstond en tegen Hilda aanleunde, „ik ga niet in de hut: want de dokter is er in en hij heeft mij weggestuurd."

„Zoo, welnu, dan moet je wat gaan loopen, Griete. Want je bent verkleumd van de kou. Ik zag je daar straks wel zitten, maar ik dacht, dat je aan 't spelen waart. Waarom heb je ook je jacketje niet aangedaan?"

„Daar had ik geen tijd voor, juffrouw, want ik ben zoo hard als ik kon de hut uitgeloopen."

„Kom hier, doe mijn jacketje zoo lang aan, totdat je weer in de hut kunt komen," hervatte Hilda, die reeds pogingen deed, om zich van haar eigen winterkleed te berooven. „Als de dokter wist, hoe koud je 't hier hebt, zou hij je wel weer in de hut laten."

„O, juffrouw," riep Griete smeekend uit, „doe als 't u belieft, uw jacketje niet uit. Ik ben wel koud, maar zal wel weer warm worden, als ik maar wat beweging neem."

„Nu, 't is goed, Griete. Sla je armen dan maar over elkaar. Maar zeg me, is er een dokter bij je in huis? Is je vader dan erger?"

„Ach, juffrouw! Ik geloof, dat hij sterft!" riep Griete weenend uit. „Er zijn op 't oogenblik twee dokters bij hem, die hem zullen vermoorden. Kunt u hem hier niet hooren kermen? Ik kan 't niet hooren, door het fluiten van den wind."

Hilda luisterde, maar vernam niets.

„We zullen eens door het venster zien, hoe 't met uw vader is," hernam zij. Dit zeggende, ging ze met Griete naar het raam der hut. Maar eensklaps bedacht zij zich.

„Ik mag niet door eens anders raam kijken," zeide zij bij zich zelve. „Kijk jij er eens door, Griete," vervolgde zij, „en zeg me dan wat je ziet."

Griete ging op haar teenen staan en keek.

„Kind, je bent zelf ziek," hernain Hilda, die haar ondersteunde en voelde hoe het arme meisje over haar geheele lichaam beefde.

Sluiten