Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijnheer," antwoordde vrouw Blinker, „en die zijn hem

altijd heel goed bekomen."

„Ho, ho! vrouwtje," hernam de dokter, terwijl hij zijn wenkbrauwen fronste. „Dat deugt niemendal voor hem. Hij moet krachtigen bouillon hebben, met oudbakken

wittebrood, dat je kan roosteren, dan goede Malaga, en

de man lijdt kou je moet hem beter dek geven. Waar

is je zoon?" 1 1

„Hij is het dorp ingegaan, om te zien of hij werk kan

krijgen, mijnheer! Maar hij zal wel gauw terug zijn. Wil

u niet gaan zitten?"

Hetzij de harde stoel, dien vrouw Brinker hem aanbood, niet bijzonder uitlokkend scheen, of dat de doktei haast had _ hij nam het aanbod van vrouw Blinker niet aan, maar zette zijn hoed op en vertrok.

Dokter Broekman's bezoek had ditmaal geen aangenamen indruk achtergelaten. Griete kneedde haar roggebrood met een zenuwachtige gejaagdheid en vrouw Brinker ging naai het bed van haar man en barstte in bittere tranen uit. Op dit oogenblik kwam Hans binnen.

„Wat scheelt er aan, moeder?" vroeg hij, toen hij haar zag weenen. „Is vader soms erger?

Zij wendde haar gelaat naar Hans, en zonder eenige poging, om voor hem de reden van haar verdriet veiboi gen te houden, gaf zij hem ten antwoord:

„Ja Hans! je arme vader lijdt honger en kou — dat heeft de dokter gezegd."

Hans werd bleek.

„Dan moet ge hem wat eten geven, moeder, en hem wat warmer toedekken," zeide hij.

„Eten? Roggebrood en aardappelen? Dan vermoorden wij" hem. Ons eten is te zwaar voor hem. Ach! hij zal sterven, je arme vader, als we hem dat geven. Hij moet vleesch hebben, wijn en een zacht, warm bed. Wat moeten wij beginnen? WTat zullen wij doen? Er is geen .stuiver in huis!"

Sluiten