Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beleenen. Dat is toch geen schande. En als ik dan werk krijg, dan los ik het weer, en vader is geholpen."

Die laatste gedachte deed hem opspringen van vreugde. „Ik behoef t niet stil te doen ook," vervolgde hij in

het naar-huis-rijden. „Wel neen, in 't geheel niet. Ik kan er vader zelfs naar vragen. Hij is nu weer bij zijn

volle versland. Misschien is hij al wakker. Dan kan hij ons vertellen wat er van dat horloge is. Misschien zegt hij, dat het van niet het minste belang is."

Sneller dan hij van huis gereden was, reed hij terug.

Hij ontmoette zijn moeder juist in de deur.

„O, Hans!" riep zij met een gelaat, dat van vreugde straalde, uit. „Daar is de jonge dame er geweest met haar dienstmaagd. Zij heeft alles meegebracht, wat wij noo-

dig hebben: vleesch, soep, wijn en brood — een mand vol brood. En de dokter heeft een mand gestuurd met een paar flesschen

wijn, een zacht bed en warme dekens voor vader. O, nu zal hij wel weer beter worden. God zegene die edele juffrouw Hilda en den braven dokter!"

„God zegene hen!" herhaalde Hans en de tranen kwamen hem in de oogen.

Sluiten