Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd veel voordeeliger, om ze uit de hand te verkoopen."

Hans kon èn aan het argument èn aan het lieve, vriendelijke gezichtje van het meisje geen weerstand bieden.

Hij zette zich neder, bond zijn schaatsen af en overhandigde ze aan Annie:

„Hoor eens, Annie," zeide hij, „als je kennis de schaatsen niet wil hebben, dan moet je me beloven, dat je ze me van middag terugbrengt. Want moeder heeft hout en meel noodig en dan ga ik nog vóór den avond naar Amsterdam."

„Mijn vriend heeft ze noodig," antwoordde zij, terwijl zij hem vriendelijk toeknikte en met de schaatsen wegreed, terwijl zij bij zich zelf zeide:

„Wat is die Hans toch een goede, brave jongen!"

Hans vervolgde intusschen, en nu te voet, zijn reis naar Amsterdam.

„'k Hoop maar niet, dat moeder boos zal zijn, ' zeide hij in zich zelf, „dat ik de schaatsen verkocht heb, zonder haar verlof te hebben gevraagd. Zij heeft al verdriet genoeg, 't Zal tijds genoeg zijn, 't haar te vertellen, als ik het geld heb."

„Hé, waar moet jij naar toe?" hoorde Hans eensklaps roepen, toen hij nog niet tot aan het Noordhollandsche kanaal genaderd was.

Hans, die met de oogen naar den grond geslagen geloopen had (want hij was heel verdrietig, omdat hij in Broek geen werk had kunnen krijgen, en vreesde er terecht voor, dat hij wel een vergeefschen tocht naar Amsterdam zou doen), keek op en zag Peter van den Helm, die zijn vijf makkers een oogenblik verliet en naar den kant der vaart reed.

„O, zijt gij het, jongeheer!" zeide Hans min of meer beteuterd door de onverwachte verschijning.

„Wij komen zoo juist van onze reis terug. Hoe is 't met je vader? Is dokter Broekman er al geweest?"

„O, mijnheer, dokter Bioekman is er niet alleen geweestr maar met Gods hulp heeft hij vader gered."

Sluiten