Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Begraaf die kraal daar ginds bij de oude vermolmde wilgestomp, en eer de maan opkomt, zal je wensch vervuld zijn."

Nu begon Griete nog harder te lachen.

„Ondeugend kind," zeide Annie, terwijl zij een streng gezicht zette. „Omdat je een toovergodin bespot, zal jouw wensch niet vervuld worden."

„'t Is jammer, dat je je beurt niet hebt afgewacht, toovergodin!" zeide Griete. „Nu kun je me niets weigeren: want ik heb niets gevraagd."

Annie bleef haar rol goed spelen. Met waardigheid wendde zij zich om, drukte Hans genadig de hand en wandelde naar de vaart. Toen zij daar was, was zij weder Annie.

..Kom, Griete!" riep zij tegen het nog steeds lachende kind. „Ga nu mee; anders zou je de schaatsen van je broer niet voor morgen thuis brengen. En je weet, dat hij dan op de harddraverij moet."

Hans keek de meisjes na, zoolang hij ze zien kon. Maar hij staarde ze na met een droomerig gelaat.

„Bij die wilgestomp, zeide zij," mompelde hij. „Hoe dom, dat wij daaraan niet gedacht hebben! O, 't is zeker waar! Doch ik zal er moeder niets van zeggen, eer ik weet of 't waar is. Zij was van nacht zoo teleurgesteld."

En hij ging in huis, waar zijn vader gerust lag te slapen.

„Wat moet je hebben, Hans?" vroeg vrouw Brinker, die aan het bed van haar man zat te breien.

„Ik ga de oude stomp omhakken om een lekker brandje te hebben, als vader van nacht wakker wordt. Hij staat daar toch maar als een doeniet. En dan word ik warm van den arbeid; want ik ben koud geworden."

„Sla dan niet te hard, anders mocht je je vader wakker maken."

„Wees maar niet bang, moeder!" antwoordde hij, terwij] hij met spade en houweel de hut verliet.

Zilveren Schaatsen. 10

Sluiten