Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Griete kort daarop met de schaatsen thuis kwam, vroeg zij Hans, terwijl zij haar schaatsen afbond.

„Wat voer je daar toch uit?

„Ik begraaf mijn tooverkraal, antwooidde hij.

„Malle jongen, hier zijn je schaatsen!

„Hang ze maar binnen op! En waar heb je ze gehaald.

„Wel, ze lagen bij Annie aan huis.

„Dat dacht ik wel. Lieve, lieve Annie! Je zult zien, Griete, dat ze ons nog meer geluk aanbrengt!"

„'t Zal wat zijn, als het voor de heeren komt. Maar ik ga in huis. 't Is me te koud om stil te staan.

Vijf minuten later kwam Hans half dansende de deur in met een vuilen steenen koekepot.

Moeder!" riep hij. „Het geld is terug! We hebben er van nacht niet aan gedacht, dat de wilg, welken vader bedoelde, al voor jaren is omgewaaid en dat de andere nog jong was, toen het ongeluk op den dijk voorviel. Annie heeft mij, zonder het te weten, op de gedachte gebracht, dat het die was. Hier is de pot met geld!"

Vrouw Blinker kon niet spreken: maar zij trok den ouden vuilen pot, dien Hans op tafel had gezet, naar zich toe en haalde de beide kousen er uit, die ze aan haar

hart drukte. Eindelijk riep zij:

„O, kinderen! Welk een geluk! God zegene de lieve Annie voor haar wenk! Nu zal vader het eerst goed hebben."

Dien nacht droomde Annie van een knipmes, dat Hans verloren had en op haar tooverspreuk terugvond.

Sluiten