Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twintigste jaar af, dan moet ik je zeggen, dat het schande, meer dan erg is."

En vrouw Brinkers geheele gezicht was rood van toorn en zij sprak die woorden op vlijmenden toon uit. Rolf vroeg met zwakke stem:

„Je behandelen, Mietje? Op welke manier? Wat bedoel je daarmee?"

„Op welke manier? Wat bedoel je daarmee?" herhaalde vrouw Brinker, terwijl zij zijn stem en gebaren nadeed. „Wel op die manier, als elke vrouw wordt behandeld, als zij haar man, toen hij zoo erg was, trouw heeft opgepast, als een. . .."

„Mietje!"

Dit zeide Rolf op een gevoeligen toon, terwijl hij beide armen naar zijn vrouw uitstrekte en begon te weenen als een kind. Terstond bedaarde vrouw Brinkers drift. Zij snelde op haar man of, sloot zijn beide handen in de hare en riep uit:

„Ach! Wat heb ik gedaan! Ik heb mijn goeden man aan 't weenen gemaakt, mijn goeden man, dien ik nog geen vier dagen terug heb! Kijk me eens aan, Rolf, goede jongen! kijk me eens aan! Ach, ik heb er zoo'n spijt van, dat ik je zeer gedaan heb! 't Is ook zoo hard, als je tien jaren gewacht hebt om wat naders van dat horloge te vernemen, en je kunt er niets van te weten komen.... Maar ik zal je er geen woord meer over vragen, Rolf! Geen enkel woord meer! Geef het ding maar hier, dan zullen we het wegbrengen. Dat zulk een ellendig horloge de oorzaak moet zijn van ongenoegen tusschen ons, en dat zoo kort, nadat God je me weergeschonken heeft!"

„Ach, Mietje, ik ben heel kinderachtig geweest, dat ik geschreid heb," hervatte Rolf, terwijl hij haar kuste, „'t Is ook niet meer dan billijk, dat je de waarheid verneemt. Maar 't was mij, alsof ik door 't je te vertellen, de geheimen van een afgestorvene aan den dag zou brengen."

Sluiten