Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen wonder, arme man," hervatte vrouw Brinker, terwijl zij hem de hand drukte. „Als jij geen verstand voor een dozijn anderen gehad hadt, dan zou je nooit weer bij je positieven zijn gekomen. Welnu, hij greep je bij je arm en zei, dat je een eerlijke kerel scheent te zijn. Waar was dat?"

„Wel, je weet, dat ik het dagveer aan het Schouw bediende voor Piet van Dieren, die toen ziek lag. Nu stond ik bij de schuit; want de stoomboot naar het Nieuwediep zou binnen weinige minuten in 't gezicht komen en dan moest ik klaar zijn, als er passagiers waren af te zetten of aan te brengen."

„O, was 't daar? Nu — hij greep je bij den arm, Rolf."

„Ja, dat deed hij. En 't is of ik nog dat bleeke, angstige gelaat zie. „Breng mij naar de stoomboot, die naar het Nieuwediep vaart." — Met deze woorden sprong hij in de boot, waarin ik reeds gestapt was. — „Hoor eens," zei hij, terwijl ik de riemen in het water legde; want het was nog te vroeg en de boot had nog niet eens gefloten. „Hoor eens, kan ik je vertrouwen?" — „Als u zelf, mijnheer," antwoordde ik. — „Ik heb een verkeerd .stuk begaan — God weet, dat ik het zonder opzet deed — maar de man is dood — en ik moet uit het land vluchten." Dat zei hij."

„Goede Hemel! En zei hij dat, Rolf? Had hij iemand doodgestoken of doodgeschoten?"

„Dat herinner ik mij niet meer. Misschien heeft hij 't mij verteld; maar 't is me alles als een droom. Eigenlijk mocht ik hem niet behulpzaam zijn om de wraak der wetten te ontvluchten. Maar hij betuigde zoo plechtig zijn onschuld en daarenboven zag hij zoo trouwhartig uit zijn oogen, net als onze Hans kan doen. Hoe meer ik 't mij herinner — hoe meer ik vind, dat hij op onzen jongen geleek."

„En was dat de knaap, die u het horloge gaf? Wel, Rolf, als hij daar maar eerlijk aan gekomen was."

„Foei, vrouw!" riep Rolf uit, op een toon alsof hij zich

Sluiten