Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van des dokters gelaat. Hij bromde iets, maar antwoordde geen woord.

„O, mijnheer, mijn vrouw is wel wat bemoeizuchtig, niet waar? Maar u moet het haar niet kwalijk nemen; want ik heb haar van middag verteld van een jongen, die zooveel op onzen Hans geleek en die mij een boodschap aan zijn vader heelt achtergelaten. En nu — nu ik de boodschap kan doen, is de geheele familie vertrokken."

„Ze heeten Boomheuvel, mijnheer," zeide vrouw Blinker haastig. „Weet u ook iets van die familie?"

De dokter antwoordde kortaf en knorrig:

„Ja. Dat 's een malle zaak. Ze zijn sedert lang naar Amerika vertrokken."

„Misschien, Rolf," zeide vrouw Brinker bedeesd, „kent de dokter wel iemand in dat land, ofschoon ik mij wel heb laten vertellen, dat er niets dan wilden in wonen. Als hij het horloge eens aan de Boomheuvels wilde sturen met de boodschap van den armen jongen; dat zou een heerlijke zaak zijn."

„Ben je dwaas, vrouw? Waarom zouden wij den goeden dokter lastig vallen, die overal genoeg te doen heeft met zieke menschen? Daarenboven — hoe weet je, dat je den rechten naam hebt?"

„Wel, ik ben er zeker van," antwoordde zij. „Zij hadden een zoon Lambert en daar is een L voor Lambert en een B voor Boomheuvel op de achterzijde van het horloge; ofschoon er die malle J bij is; maar laat den dokter zelf maar zien."

Dit zeggende, reikte zij dokter Broekman het horloge over.

„L. J. B.!" riep de dokter uit, terwijl hij het horloge aangreep.

Ik zie geen kans om u het tooneel te beschrijven, dat nu volgde; ik wil u alleen mededeelen, dat de boodschap van den jongen eindelijk aan zijn vader werd overgebracht en dat de groote dokter daar zat te schreien als een klein kind.

Sluiten