Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Laurens! mijn lieve Laurens!" snikte de dokter, terwijl hij als bewegingloos het horloge aanstaarde. „0, had ik het maar vroeger geweten! Laurens een zwerveling zonder huisvesting! Misschien al van ellende en kommer gestorven! Bedenk je toch eens, man, waar is hij? Waar heeft mijn jongen gezegd, dat de brief moest worden heengezonden?"

Rolf schudde treurig het hoofd.

„Denk maar eens goed na!" smeekte de dokter. O, het geheugen, dat door zijn kunst eerst zoo kort geleden ontwaakt was, moest hem dienen in een oogenblik als dit.

„Ik ben het alles kwijt, geheel en al kwijt, mijnheer!" zuchtte Rolf.

Hans, die allen afstand van rang en stand vergat en alleen zag, dat zijn goede vriend verdriet had, sloeg den arm om den hals des dokters.

„Ik kan uw zoon terugvinden, mijnheer," zeide hij. „Als hij nog leeft, dan bevindt hij zich ergens. De aarde is zoo groot niet: ik wil alle dagen mijn best doen, om hem uit te vinden. Moeder kan mij nu missen. Gij zijt rijk, mijnheer, zend mij, waarheen gij wilt!"

Griete begon te schreien. Wel vond zij het goed, dat Hans ging. Maar hoe zouden zij het maken zonder hem?

Dokter Broekman antwoordde Hans niet, ook deed hij geen poging, om hem van zich af te stooten. Zijn oogen waren angstig op Rolf Blinker gevestigd. Eensklaps nam hij het horloge en poogde het open te doen springen. De verstijfde veer gehoorzaamde eindelijk; de horlogekas vloog open — en het gelaat van den dokter toonde bittere teleurstelling. Rolf zag dit en haastte zich te zeggen:

„Daar was een papier in, mijnheer, maar de jongeheer scheurde het er uit, vóór hij mij het horloge overhandigde. Hij kuste het, eer hij het wegstak."

„Dat was het portret van zijn moeder," zuchtte de dokter. „Zij stierf, toen hij nog eerst tien jaren oud was. Goddank, dat de jongen haar niet vergeten heeft! En zij zouden beiden dood zijn! Neen, dat is onmogelijk!" riep hij uit,

Sluiten