Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl hij van zijn stoel opsprong. „Mijn jongen leeft nog; daar ben ik zeker van. Ik zal u vertellen, wat er met hem gebeurd is. Laurens was mijn helper en tevens in een apotheek om het recepteeren te leeren. Bij vergissing maakte hij voor een mijner patiënten een verkeerd geneesmiddel gereed — hij had zich in de flesch vergist en gat een zwaar vergif. Maar gelukkig bemerkte ik den misslag nog bijtijds en gaf het geneesmiddel met in. Diens ondanks stierf de patiënt nog vóór den avond. Ik werd dien ag door verschillende zieken opgehouden. Toen ik 's avonds thuis kwam, was mijn arme jongen verdwenen. Arme Laurens! snikte hij, „en al die jaren niets van u te hooren! Zijn boodschap niet gedaan! O, wat moet hij geleden hebben!

Vrouw Brinker verstoutte zich om te spreken, /ij kon den braven dokter niet zoo zien schreien.

„Hoe gelukkig voor u, dokter, te weten, dat de jongeheer onschuldig was. Ach! hij was angstig en zoo bedroefd. Aan Rolf zeide hij, dat zijn misdaad gelijk stond met een moord! Hij meende zeker het zenden van het verkeerde geneesmiddel. Als dat een misdaad was, dan weet ik het niet' Onze kleine Griete zou hetzelfde hebben kunnen doen. Waarschijnlijk heeft de arme jongeheer gehoord, dat de man dood was — daarom heeft hij de vlucht genomen, mijnheer! Tegen jou zei hij, niet waar, Koll, dat hij nooit in het land kon terugkomen, indien.... zij weifelde om meer te zeggen en vervolgde: -Ach, mijnheer! tien jaren is een vreeselijk lange tijd om te wachten

op tijding van "

Zwijg, vrouw!" zeide Kolf op scherpen toon.

„Op tijding te wachten!" snikte de dokter. „En ik thuis zittende te brommen en mij te verbeelden, dat hij mij verlaten had! In de verste verte heb ik er niet aan gedacht, dat de knaap zijn misslag ontdekt had. lfe^verbeeldde mij, dat het jeugdige dwaasheid was — ondankbaarheid — zucht naar avonturen, die hem hadden doen wegloopen. Mijn arme, arme Lauiens.

Sluiten