Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal er gedruisch en gebabbel genoeg zijn, en zou men 't slechts bejammeren, indien er beter muziek werd opgevoerd. Aan het andere einde der renbaan staat een tent, voor hen, die belast zijn er het oog op te houden, dat de schaatsenrijders en -rijdsters behoorlijk den witten, met groene linten omwonden paal, van welks top een oranjevlag wappert, omrijden; hetgeen zij trouwens wel moeten doen daar ook in het midden der renbaan dubbele touwen zijn gespannen; want al de schaatsenrijders moeten bij de tent van de familie De Bruyn beginnen en er hun ren

eindigen ook. . ,

Daar begint de muziek. De tribune vult zich,

geheele renbaan staat langs beide zijden opgepropt met nieuwsgierigen, die hun best doen, een goed plaatsje te vinden, 't Volst is het echter dicht bij de tribune, ku geen wonder: want daar staan de veertig rijderessen en rijders die zich vermaken met heen en weer te rijden, zóó zacht evenwel, dat zij zich niet vermoeien, maar ook niet koud worden. Het zijn twintig meisjes en twintig iongens Frits Verdam, Peter en Lodewijk van den Helm zijn er ook bij, allen weer frisch en geheel uitgerust van de vermoeienissen der Haagsche reis. Hans is niet ver van hen; hij heeft zijn schaatsen weer onder de voeten, die de goede Annie Bouman voor een goede kennis bad gekocht voor vijf gulden! Alsof hij niet wist, dat die goede kennis niemand auders dan Annie Bouman ze was geweest, die haar zuur bespaard weekgeld er geheel aan had opgeofferd! Nu, hij had ze dan ook eerlijk teruggekocht; maar de kiesche manier, waarop Annie hem in den nood had willen helpen, had hij niet teruggekocht: die lag diep in zijn hart begraven. En dan hoe onwillekeurig ook — die lieve, lieve Annie was de oorzaak geweest van het terugvinden der duizend gulden — van de duizend gulden, die, al was 't ook avoud geweest, zulk een gloed van zonneschijn hadden geworpen in zgner ouders armoedige stulp. Karei Schimmel is zoo nijdig als

Sluiten