Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Was een heele toer, om die vlugge jongens tweemaal te overwinnen. Daar waren me rijders onder, hoor! Ik heb het alles met mijn eigen oogen aanschouwd. Want Rolf was zoo wèl, en toen zei hij: „Nou moest je eens gaan

kijken, Mietje. Je neut ai lang geen uitspanning gehad." En toen ben ik gegaan en heb alles wat goed gezien: want ik had een drieguldensplaats. Maar toen Griete de schaatsen had, kwam ze bij mij en toen moest ik

1 lil ?• x __ TUT J. 1

naar vauer; uai uegiijpi u. y>iuuui*gucuc man wachtte al met ongeduld. En hij was zoo blij, o zoo blij!"

r\ „ i. 1 _ _ i. „I ,.U Unr\Mr>n " ras-viflst Pnf nu I»n 11 /lntl

y, LJH.L IcltlL AR ll UUU1 Uil ^ « lui- m. v. i/v>» » uti uvu

Helm. „Daiirdoor was ze zoo gauw weg. Ze had nog eens met mij de baan moeten afrijden om den prijs te vertoonen."

„Gaat toch zitten, jongeheeren!" zeide Rolf Brinker. „Wel zijn onze stoelen hard, maar ze zijn rein en zindelijk."

De drie jongens voldeden aan het verzoek van Rolf en zetten zich op de stoelen, welke vrouw Brinker en Hans bij de tafel plaatsten.

„Goede Hans," zeide Peter van den Helm. „Ik kom je in dank je riem terugbrengen, aan welken ik mijn overwinning verschuldigd ben. Ik moet je er nog eens voor bedanken, 't Was een heele opoffering voor je. Want je hadt het best dezen keer kunnen winnen, en dan "

„Laat ons daarover niet spieken, jongeheer. Ik heb zooveel verplichting aan u: want toen wij in den nood zaten....

„Kom, kom, zwijg daarvan," hernam Peter. „Ik twijfel niet, of je zult het werk met eere volbrengen. En een werkman is zijns loons waardig."

„Nu ben ik den naam weer vergeten, Hans," zeide Brinker. „'t Was Higgs of Wiggs! Ik weet het waarlijk niet meer."

Sluiten