Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iemand die maar, waarom zeg jij 't hem zelf niet,

Laurens?"

Laurens nam nu het woord en het duurde niet lang, of zij waren de zaak volkomen eens.

„'t Zal me wel aandoen, als ik de dijken moet verlaten," zeide Rolf Brinker. „Maar uw aanbod is zoo aanlokkelijk, mijnheer, dat ik zou meenen, mijn huisgezin te kort te doen, als ik het afsloeg."

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Besluit.

Mijn vertelling is zoo goed als geëindigd. Alleen zien mijn lezeressen en mijn lezers mij nog vragend aan. En ik weet het, er zijn nog zoo enkele zaken, die moeten verteld worden, zullen zij mijn boek niet eenigszins onvoldaan uit hun handen leggen. En dat zou mij spijten: want niets is mij aangenamer, dan anderen genoegen te geven, en wel vooral u, die al wat uit mijn pen komt, met zooveel graagte ontvangt. Daartoe diene dan dit laatste Hoofdstuk.

Er is een heele tijd voorbijgegaan, sedert Laurens niet zijn vader een bezoek in de hut aan de Broeker vaart aflegde. Die tijd heeft groote veranderingen opgeleverd voor de familie Brinker. Hans heeft zijn studiejaren goed besteed, alle moeilijkheden, die hem in den weg kwamen, weten te overwinnen en met al de geestkracht, die hem eigen was, naar het doel gestreefd, dat hij zich voor oogen had gesteld. Ofschoon de weg wel eens hobbelig was,

Sluiten