Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was een prachtig kerstgeschenk geweest! De deur van de ijskoude gang was wijd open blijven staan, van de booze vrouw Judit was geen spoor meer te zien, en de jonge kraamvrouw zat rillend en klappertandend rechtop in haar bed en zag met verwarden blik naar het schreiende kind in de wieg — toen was zij losgebarsten in een vlaag van razernij — vijf dagen later lag zij met het doode kind aan het hart in dezelfde kist. De dokters hadden gezegd, dat moeder en kind van koude waren gestorven; de ontrouwe baker had de deur niet goed dichtgedaan, was zelf ingeslapen, en had van die akelige verschijning gedroomd. Jawel ze hadden mooi praten, die dokters: Als dat alles zoo heel natuurlijk was-toegegaan, hoe kwam het dan, dat de schoone verleidster dikwijls in het schemeruur uit de kraamkamer stoof, terwijl een zwarte furie haar op de hielen zat, als wilde zij haar met de lange, magere armen altijd weer verwurgen?

De firma Lamprecht & Zoon had op het einde der vorige eeuw nog een handel in linnen, een groote en zeer aanzienlijke zaak. In die dagen leek het groote huis aan de markt een bijenkorf, zooveel menschen liepen er in en uit. Tot boven op den bovensten zolder toe lagen de balen linnen opgestapeld en week op week gingen hoog geladen vrachtwagens de wijde wereld in. Tante Sofie wist dat alles heel goed. Zij had zelf dien tijd wel niet beleefd, maar zij bewaarde in haar hoofd allerlei familieoverleveringen, en dat hoofd was helder genoeg, om bijzonderheden uit oude huisboeken, oude aanteekeningen en testamenten zoo netjes uit elkander te houden en te regelen, dat de beste archivaris het haar onmogelijk zou verbeterd hebben.

De jaarlijksche Juli-wasch en Juli-bleek waren daarom een tijd van veel herinneringen. Dan kwam er nog oud linnen aan de lijnen te hangen, niet om het in gebruik te nemen, het leek er niet naar, maar om te zorgen dat het niet te geel werd en om het eens in de nieuwe plooien te vouwen. De jagers en de amazonen, de mythologische en bijbelsche figuren, die in het fijne damast geweven waren, konden zich er dan telkens over verwonderen, dat het op die plaats zoo stil was geworden, zoo heel stiL Geen woord meer over vrachtprijzen en weversloon, geen hoog beladen vrachtwagen, die ratelend door de wijde poort reed, geen gedruisch meer van eenig weefgetouw, alles stil, doodstil. Daar klonk wel nu en dan een zacht gedruisch over de plaats, maar dat was niets dan de wind, die over de daken strijkend, zich neerliet in de breede ruimte — mijn hemel wat waren de tijden veranderd ! Gras en laag struikgewas tusschen de voegen der steenen,

Sluiten