Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scherp door de bril gluurde. «Met zulke heilige voorrechten voegt geen spot, dat is onbehoorlijk — wie zich strenger dan ik uitdrukken, zouden zeggen, dat is demokratisch.»

«Och ja, dat lijkt er wel wat op,» lachte tante Sofie. «Dat zijn de lui, die de wereld te vuur en te zwaard in orde willen houden Maar moet dan een mensch juist een democraat zijn, omdat hij er voor bedankt, als een worm over den grond te kruipen. Onder zulken, die uit hun graf voor den dag komen om den menschen angst en schrik aantejagen, bestaat geen onderscheid. De witte vrouw moet even goed door een hoop aarde

Just™°» heenwürstelen a,s de mooie Doortje van grootvader

De oude dame trok den fijnen neus op en hield zich stil, wijl zij van verontwaardiging niet spreken kon. Na een oogenblik geaarzeld te hebben, lei zij haar breiwerk weg en ging naar Barbe. «Wat meent gij eigenlijk — heeft de koetsier gisterenavond in de gang iets gezien ?» vroeg zij op half angstigen toon.

«Jawel, mevrouw, en de schrik zit hem nog in de beenen. Hij was tot de schemering boven in de kamers bezig, de vloer aantevegen, en toen hij, wijl hij niet goed meer zien kon, de trap a ging naar beneden, was het net, of achter hem in de gang een deur zacht dicht werd gedaan, een deur, mevrouw, waar nooit van zijn leven een kruk of sleutel in om wordt gedraaid! Nu kort en goed, hij voelde wel een ijskoude huivering langs zijn rug, en zijn beenen werden wel zoo zwaar als lood, maar hij hield zich dapper, ging eenige voetstappen op zij en loerde om den hoek. Toen zag hij hoe het spook door de gang op en neer zweefde, ang, spichtig en wit, wit als sneeuw van het hoofd tot de voeten.»

«V ergeet, als 't u blieft, de zwarte glacé handschoenen niet, Barbel» nep tante Sofie.

«Maar mijn hemel, juffrouw Sofie! daar was niets zwarts aan het heele spook te zien! En terwijl het door de gang heenzweefde, verdween het op eens, alsof het uit elkander sprong,

? m u vc>or den wind, zegt de koetsier. Geen tien paarden trekken hem, als het donker wordt, ooit de trap weer op.»

«Och, daar zal men dien dapperen man ook wel niet toe dwingen — hij hoort in een oudevrouwenhuis thuis met zijn kinderachtig gebabbel!» verklaarde tante Sofie, half vroolijk en half boos tegelijk, en greep naar een servet, om dat van de lijn te nemen, toen zij op eens driftig omkeek. «Wat drommel, wat komt daar aangereden ? Grete, zijt ge nu gek ?»

Door de hooggewelfde poort van het hoofdgebouw reed een

Sluiten