Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vensters gevormde openingen, drong een schemerachtige flikkering, zooals die afstraalt van mat goud; nu en dan zag men eene kleine, witte hand, die droomerig langs de gouden lokken streek of zich er onder begroef... maar op dit oogenblik bleef daar boven alles onbeweeglijk stil. De oude dame was de eenige, die den vluchtigen blik van haar zoon had gezien; ze zei geen woord, maar trok het hooge voorhoofd in diepe rimpels en keerde het pakhuis driftig den rug toe.

„Lieve Sofie, mijn zoon heeft wel gelijk. De manieren van Grete worden met den dag ondragelijker", begon zij eindelijk weder op uiterst knorrigen toon, terwijl zij den standaard van den papagaai opnam, om den vogel weêr naar beven te brengen. „Ik doe mijn best genoeg, als het kind bij mij is, maar wat helpt dat, als men hier om haar onbehoorlijke woorden meent te mogen lachen? Onze zalige Fanny was werkelijk al een volslagen dame,, toen zij zoo oud was als Grete. Van kinds af had zij een verwonderlijke tact en chic. Wat zou zij wel zeggen, als zij haar kind eens kon zien, zoo wild en losbandig als het is, als zij eens kon hooren, welke taal dat kleine ding durft uitslaan! Ik ben bang,, dat er van die opvoeding nooit iets terecht komt".

„Hard hout, lieve mevrouw! dat laat zich zoo gemakkelijk niet snijden en kerven", antwoordde tante Sofie met een lach vol vroolijken humor op het gelaat. „Om wezenlijke onbetamelijkheden zal ik nooit lachen, daar kunt gerust op aan. Maar die heb ik van onze kleine Grete ook nog nooit beleefd. Mooie, sierlijke buigingen maken, ja, daar is zij niet ver in, ik geef het u graag toe, en het ergste is, dat ik van die dingen ook zoo weinig verstand heb en er haar dus weinig van leeren kan. Ik zie er maar op toe, dat de kleine wildzang liefde voor de waarheid blijft behouden, dat zij niet leert huichelen en vleien, of dingen vertellen, die zij zelf niet gelooft".

Ondertusschen had de kleine Margaretha, die bij het woord „roede" was opgesprongen, als voelde zij den slag al, met behulp van Barbe den bokkenwagen in den stal gebracht, terwijl Reinhold zijn schrijfwerk aan zijn oom liet zien.

De knaap zag er teer en tenger uit, een klein, gebogen mannetje, moe, mat en langzaam in al zijne bewegingen.

„Daar steekt in Grete een overvloed van jeugdige kracht, en die dient uit te woeden," zoo vervolgde tante Sofie. „Ik gaf er wat om, als ons stil, bleek jongetje", en zij wierp een treurigen blik op den knaap, ,,er maar een klein beetje van over kon nemen".

„Over die zoogenaamde krachtmenschen heb ik zoo mijne

Sluiten