Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

witte vingers, die het gordijn wegschoven en een oogenblik, maar ook slechts een oogenblik zag ik een voorhoofd met licht haar —" , zon' Grete, anders niet," zei tante Sofie doodbedaard en

zette het mes weer in den koek. „Die schijnt en straalt op de oude, verweerde glazen en dit bedriegt een mensch. Als ik den sleutel bij mij had, dan moest ge dadelijk met mij naar boven, om u te overtuigen, dat er geen mensch in de kamer is. Dan zouden wij eens zien, wie gelijk had, juffertje. Maar papa heeft den sleutel en die is druk aan het praten met grootmama, zoodat ik hem niet storen kan."

„Barbe zegt, dat die vrouw, die in het roode salon hangt, door het raam heeft gekeken — zij loopt rond door het huis, om de menschen bang te maken en te verschrikken," klaagde Reinhold op huilerigen toon.

„Ah zoo, is het dat ?" zei tante Sofie. Zij lei het mes op tafel en keek over den schouder naar de oude keukenmeid, die niet wist, hoe ijverig zij wel bezig zou zijn aan het winden van het touw. „Ge zijt een beste, Barbe, dat moet gezegd worden ! Een echte nachtuil! Zeg eens, wat heeft dat arme mensch in de roode zaal u toch voor kwaads gedaan, dat gij er nu nog een spook van maakt voor de achterkleinkinderen ?"

„Dat spook kan geen kwaad, juffrouw Sofie," antwoordde Barbe diep gekrenkt en zonder van haar werk optezien. „Grete gelooft er toch niet aan ; maar dat is juist het ongeluk van onze dagen ! De kinderen komen tegenwoordig zoo wijs op de wereld, dat zij niets meer gelooven, wat zij niet met de handen kunnen tasten of met de oogen zien." Zij begon hoe langer hoe driftiger te worden, als wilde zij den hals van al die ongeloovige kinderen dichthalen. „Als een mensch niet langer aan heksen of geesten gelooft, dat doet hij ook tekort aan onzen lieven Heer! Ja — dat is juist de ellende van al het geloof van onzen tijd; daar leef en daar sterf ik op."

„Doe dat net, zooals gij goedvindt, maar dat zeg ik u eens \oor altijd, gij laat de kinderen met dat heksengeloof met rust," antwoordde tante Sofie op een toon, die geen tegenspraak toeliet, ioen schonk zij voor de kleinen een kop koffie, gaf hun een stuk koek en ging het touw losmaken, dat door Barbe's drift in de takken van een rozenboom verward was geraakt.

-i Z°n Was n'et' dat weet ik zoo zeker als iets. Maar ik zal er wel achter komen, wie daar over de gang zweeft en dan de kamer binnensluipt," mompelde de kleine twijfelaarster en brokkelde tegelijk den koek door de koffie.

Sluiten