Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de schoonzoon had den moed niet, stand te houden tegenover den woordenvloed, die nu onvermijdelijk scheen te zijn — hijging voor een raam staan en trommelde tegen de ruiten, dat die er van dreunden.

„Zeg mij toch, in 's hemelsnaam, wat scheelt u toch, Boudewijn?" vroeg de schoonmama, wel eenigszins zachter van toon, maar toch altijd driftig genoeg.

Het scheen wel, of mijnheer Lamprecht, door het gezicht op de markt een beetje tot bedaren was gekomen. Althans hij hield op met zijn getrommel en zag de oude dame, die bij hem was komen staan, even aan.

„Begrijpt gij dat niet, mama?" vroeg hij vol bitteren toorn. ,Zou ik niet buiten mij zelf raken, als op mijn gebied — ik wil izeggen 'n mij0 huis — zulke samenkomsten worden uitgelokt door een kwajongen. Want dat is hij en anders niet. O, de kastijding met de karwats zou hier goed op haar plaats zijn." En weer dreigde hij in toorn los te barsten, maar hield zich in. „Och laten we ons niet ongerust maken," vervolgde hij bedaard en de minachtende glimlach vertoonde zich weer om zijne lippen. ,,De heele geschiedenis is eigenlijk te kinderachtig. Dien knaap, die aan niets dan zijn grieksch en latijn moest denken, zullen wij wel tot de orde roepen, dunkt u niet ?"

„Kijk, nu zijn wij het heelemaal eens, al klinken uw woorden wat harder dan de mijne!" riep zij blijkbaar gerustgesteld door Boudewijn's vast vertrouwen. „Ik wilde u hierover juist graag even spreken.... Maar nu moet ge niet denken, dat ik bij die zotte liefdesgeschiedenis bezorgd was voor Herberts toekomst — zoo ver zou hij zich nooit vergeten — "

„Om met de dochter van een porselein schilder te trouwen ? — Mijn hemel, zijne excellentie, onze toekomstige minister," zei mijnheer Lamprecht met vroolijken lach.

„Het schijnt wel, dat Herberts toekomstige loopbaan vandaag bijzonder uw spotlust wekt — gelukkig, wat geschieden moet zal toch geschieden," zei de oude dame scherp. „Wij hebben daar thans echter niets mee te maken, ik denk maar aan zijn naderend examen. Onze dure, heilige plicht is het, alles van hem te verwijderen, wat hem eenigszins van zijn werk aftrekken kan — dus in de eerste plaats, die ongelukkige vlam boven het pakhuis."

Terwijl zij sprak, was mijnheer Lamprecht weer begonnen de kamer op en neer te loopen, toen zij zweeg nam hij een klein boekje van een boekenrek en scheen er hier en daar in te lezen.

De oude dame trilde van boosheid en ergernis. Zooeven

Sluiten