Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote tafel met een bouwdoos bezig was. „Ik bewaar die liever, Barbe zegt altijd, dat men niet kan weten, hoe zoo iets nog te pas kan komen."

„Sakkerloot, daar steekt al een heele koopman in den jongenheer !" spotte tante Sofie, terwijl zij ijverig doorstopte.

En ja, tante had wel gelijk. In, den laatsten tijd kregen de kinderen veel te veel. Zij lustten haast de zoetigheid niet meer» Papa was heelemaal veranderd! Vroeger bleven de kinderen uren lang bij hem in zijn kamer; hij liep er meê te spelen, droeg hen op zijn rug, liet hen prentjes kijken, deed allerlei vertelseltjes, maakte scheepjes van papier en nu? Altijd, als Grete en Reinhold boven kwamen, liep hij de kamer op en neêr; dikwijls zag hij er knorrig uit en had een barschen toon in zijn stem, ja hij zei zelfs, dat zij maar heen moesten gaan, omdat zij hem hinderden. Aan die papieren scheepjes viel niet meer te denken, net zoo min als aan die sprookjes, die papa zoo aardig kon vertellen — papa scheen veel liever tot zich zelf te spreken, men kon er wel niet veel van verstaan, maar hij mompelde toch altijd zoo door. Tusschenbeiden greep hij met beide handen in het haar, en stampte hij met de voeten op den grond, alsof hij geheel vergeten had, dat de kinderen bij hem waren; en als hij daar dan op eens aan dacht, dan stopte hij hun de handen en de zakken vol met allerlei zoetigheid en schoof hen de deur uit, omdat.... ja altijd omdat hij zoo heel veel had te schrijven. O, dat akelige schrijven ! Daarom alleen immers zou men er een hekel aan krijgen ! En dat alles bedenkende werd de kleine Grete hoe langer hoe haastiger en driftiger en stopte zij de pen in den inktkoker, diep tot op den bodem toe en.... daar lag een inktvlek op het papier, zoo mooi als men maar verlangen kon !

„Ongelukskind!" bromde tante Sofie, die haastig op was gesprongen. Het vloeipapier was dadelijk bij de hand, maar het radeermesje was er niet en eindelijk moest Grete bekennen, dat zij het niet meer had, wijl meester het haar had afgenomen, toen zij er mee in de schoolbanken zat te snijden. Maar eer tante Sofie een woord daarover zeggen kon, was de kleine meid de kamer al uitgevlogen, om, zooals zij zei, „bij papa een mesje te gaan leenen".

Een oogenblik later stond zij met een bedrukt gezicht voor de «leur van papa's kamer. De deur was gesloten, de sleutel stak er niet in en door het sleutelgat kon zij zien, dat papa's stoel leeg stond.... Ja, wat was dat nu ? Papa had gezegd, dat hij nog zooveel te schrijven had. Dat was dus niet waar geweest, hij schreef niethij was in 't geheel niet t'huis.

Sluiten