Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar haar vertellen van de nette, lieve kamer en van het mooie meisje, dat geheel in 't wit en met lang nederhangende haren uit den gang was gekomen en haar hoofdje zoo innig tegen de borst had gedrukt, dat het zachte, zware haar Grete's geheele gezicht bedekte. Papa had haar in het geheel niet boos aangekeken, toen zij dit vertelde, hij had stil zitten luisteren en haar toen even innig aan de borst gedrukt als Blanka had gedaan. Nu nog, terwijl zij er over dacht, verwonderde dit haar.

HOOFDSTUK VII.

De stad B. was niet de residentiestad, maar haar aangename en gezonde ligging maakte haar tot een geliefkoosd zomerverblijf van den regeerenden vorst, al had het kasteel dat hij bewoonde, niets bijzonders indrukwekkends en al bezat het voor een eenigszins uitgebreide hofhouding lang geen ruimte genoeg. In de laatste jaren hadden zich de zomergasten niet meer zoo behoeven te behelpen. De beide schoone prinsessen, ofschoon haast nog kinderen, hadden, zelfs voor haar stand, schitterende partijen gemaakt en de erfprins was veel op reis.

Of nu de bloeimaand door zachte, milde lucht en zoeten geur haar schoonen naam verdiende, dan of zij, haar intocht houdend over de met sneeuw bedekte bergtoppen en door den ruwen Alpenadem nog koud en kil in de dalen van het Thüringerwoud verscheen — altijd op den vijftienden Mei kwamen de vorstelijke rijtuigen uit de residentie naar het vriendelijke B.; spoedig daarop zag men rook uit de schoorsteenen van het kasteel opstijgen in de lucht, de livrei van het hof vertoonde zich op de straat en voor de huizen der aanzienlijkste inwoners hield nu en dan een hofrijtuig stil, waarin de hofdames hare bezoeken aflegden. Ook het huis Lamprecht behoorde onder de zeer weinige burgerlijke woningen, wie de eer te beurt viel. De echtgenoote van den landraad Marschal stond nog in hetzelfde aanzien bij het hof als tien jaren geleden; want er waren tien jaren verloopen sinds den ongeluksdag, waarop de kleine Grete, uit vrees voor de kostschool op de vlucht was gegaan.

Het sprak van zelf, dat de zon der groothertogelijke genade ook hen bescheen, die aan de oude dame verwant waren ; de firma

Sluiten