Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoken op de heele wereld ! En gij zult zien, hier in de gezonde streken en onder de frissche lucht van Thüringen worden mijn wangen gauw weer zoo rood als een kers. Maar luister!" Men hoorde weêr het gezang van de kinderstem. „Wie is dat toch die daar in het pakhuis zoo zingt?"

"De kleine Max, een kleinzoontje van Lenz. Zij zeggen, dat de vader en moeder dood zijn en dat zij daarom het kind als grootouders maar tot zich hebben genomen. Hij gaat hier school en heet ook Lenz, dus een zoonskind. Anders weet ik er niets van Het heugt u zeker nog wel, dat het heel stille menschen zijn ; of het hun mee of tegen loopt, geen christenziel, die er iets van merkt. Ln mijnheer de handelsraad en uw grootmama ook kunnen het maar niet uitstaan, als wij laten blijken, dat wij iets weten van de lui boven het pakhuis. Dat is om al de praatjes, ziet ge en ook wel goed. Een huis als het onze kan niet omgaan met Jan en alleman.... De kleine doet anders wel zijn best, om kennis te maken, hij vraagt gedurig naar onze gewoonten.... een mooi kind is het, juffer, een pracht van een kind. Maar van den eersten dag af aan is die jongen, net of het zoo maar niets was, beneden gekomen op de plaats, waar "hij rondloopt en speelt, precies als gij en de jongeheer Reinhold dat vroeger deden."

„Braaf, jongen ! Of hij gelijk heeft! Daar zit wat in !" mompelde Cireta. „En wat zegt grootmama daar wel van?" vroeg zij.

„Ja, mevrouw Marschal is er heel boos om en de jongeheer ook, och! En zij sloeg met de hand door de lucht, „dat is iets ! Maar het hielp weinig Mijnheer de handelsraad kan niet hooren.... ik geloof, dat hij er in het begin niet eens iets van zag, dat het kind hier heen en weer liep — hij is altijd zoo diep in gedachten

zwaar bloed juffer — die menschen kijken niet rechts of links en soms is het of zij alleen op de wereld zijn. Toen het hem eindeljjk werd verteld en er tegelijk zeker over geklaagd, toen heeft hy eenvoudig geantwoord, dat men het kind gerust zijn gang kon laten gaan, omdat de plaats ruim genoeg was. En daar is het bij gebleven. De antieren werden kwaad, maar dat kon hun niet helpen en zij konden toezien 1"

1 erwijl zij dat zei, nam zij een speld van haar halsdoek en stak daarmee een losgegane plooi in het kleedje der jonge dame weer vast, toen trok zij voorzichtig het smalle kraagje een beetje terecht en streek met beide handen langs Grete's zijden rok, om enkele kreukels te verwijderen. „Zie zoo P riep zij, „nu kunt naar boven gaan. Wat zullen ze kijken, als ge daar zoo in eens voor net volle gezelschap staat!"

Sluiten