Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongerust, Reinhold, het is mijn eenige niet en ook niet mijn beste." Met een licht schouderophalen trok zij den rok van de japon heen en weer. „Arme jurk! Niet nieuw meer, dat is zeker Ja, daar ben ik mee door katakomben gekropen en op pyramiden geklommen, die jurk is door en door nat geworden van het ijs van de gletschers en de sneeuw op de bergen. Een goede, oude kameraad! En nu heb ik mij toch er voor geschaamd, want oom Herbert weet, dat ik mij zelf niet mooi genoeg gekleed vond, om in het hooge gezelschap te verschijnen."

„Ik bid u, kindlief, doe mij het plezier en haal toch niet zoo gedurig, net als een jongen, de hand door het haar," viel grootmama haar in de rede. „Een akelige gewoonte! Hoe zijt gij er toch toe gekomen uw haar zoo kort aïteknippen?"

„Ik moest wel, grootmama, en ik wil u ook eerlijk bekennen dat het mij een paar tranen heeft gekost. Maar het was om gek te worden, als ik die vlechten 's morgens maar niet klaar kon krijgen en oom Theobald al buiten stond te wachten, of ongeduldig heen en weer liep, omdat wij misschien te laat aan den trein zouden komen. Toen wij naar Olympia gingen, maakte ik er kort proces mee en zette er de schaar in. Als hetnoodigwas geweest had ik mij kaal geschoren, zoo ongeduldig was ik zelf ook al geworden... Maar het is zoo erg niet, grootmama. Mijn kroeshaar groeit als onkruid en binnen geen tijd zit er weer een vlecht aan van belang.

„Nu, daar kunt ge op zitten wachten," hernam de oude dame op drogen toon. „Tante Elise had beter moeten oppassen en u dien dwazen streek beletten.

„Tante! Och, hemel, grootmama, die heeft het veel erger dan ik! Kijk, minstens nog een handbreed korter" — en met een ondeugend lachje haalde zij een haarlok tot de volle lengte uit.

„Nu, ik moet zeggen, op die reizen wordt een leven geleid, of de menschen Zigeuners waren!" riep mevrouw Marschal verontwaardigd, terwijl zij driftig eenige kruimels op het tafellaken bijeen streek. „Ik heb er geen hoogte van, hoe mijn zuster zich zoo glad en al heeft leeren schikken naar de studiën van haar man. Hoe brengt zij dat overeen met het recht van de vrouw op een aangenaam en gemakkelijk leven? Nu, dat moet zij weten, — wie in het bosch is dient met de wolven te huilen, maar hoe moet het nu verder?... Kijk dat kind toch eens aan, Boudewijn! Jaren zijn er mee gemoeid, eer zij er weer fatsoenlijk uitziet. Ik zou wel eens willen weten, Grete, hoe gij het maken zoudt, als in dat korte haar een bloem moest worden vastgemaakt, om nu

Sluiten