Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet eens van edelgesteenten te spreken, die robijnen, bijvoorbeeld, die uw overleden moeder zoo goed stonden."

„Ah, die karbonkelsteenen? De mooie Dore in het salon heeft die, geloof ik, in het haar?' vroeg Grete op levendigen toon.

„Ja. Grete, dezelfden", antwoordde de handelsraad, die tot hiertoe zwijgend had staan luisteren, en nu, na haastig een glas champagne te hebben geledigd, het woord nam in plaats van zijn schoonmoeder. Hij was bleek geworden, maar zijn oogen schitterden en gloeiden en zijn vingers omklemden het glas, als wilde hij dat tot scherven drukken. „Ik heb u hartelijk lief, kind, en geef u graag, wat

uw hart verlangt; maar die robijnen moet ge u uit het hoofd zetten

zoolang ik leef worden die door geen vrouw meer gedragen".

Mevrouw Marschal hield den zakdoek voor de oogen en zat met treurig gebogen hoofd. „Ik begrijp u, ik voel er alles van, lieve, beste Boudewijn", zei ze op smartelijken toon. „Gij hebt Fanny daar te lief voor gehad".

Over zijn gelaat vloeg een bittere glimlach en hij haalde de schouders op, als had hij behoefte iets, dat hem hinderde, van zich af te schudden. Driftig zette hij het glas op de tafel en ging met groote schreden de kamer uit, terwijl hij de deur hard achter 2ich dicht trok.

„Arme man , zeide grootmama zacht en hield daarbij nog een oogenblik de hand voor de oogen. „Ik ben wanhopend over mijne onhandigheid — och, ik had die wond niet weder open moeten rijten ! Kn hij was vandaag zoo vroolijk, zoo gelukkig, ik zou zeggen trotsch gelukkig. Sinds vele jaren zag ik hem vandaag weer lachen... Maar het waren ook een paar heerlijke uren, onvergetelijk schoon en weldadig... Een paar malen, Sofie, heeft mij het angstzweet op het voorhoofd gestaan", het zachte geklir van het zilver hield op eens op en tante luisterde met geduldige aandacht naar wat er nu komen zou. „Er werd wat te langzaam gediend. Voor zulke gelegenheden zal mijn schoonzoon nog wat meer hulp noodig hebben".

„God beware ons, grootmama, wat zal dat wel kosten ! riep Keinhold. „Wij hebben voor die diners een post op onze begrooting en daar gaan wij niet boven. Frans moet zijn luie beenen dat maar wat beter reppen. Ik zal er wel achter zitten !"

Grootmama zweeg. Ze nam een paar verwelkte rozen, die freule van Taubeneck had laten liggen, in de hand en stopte er het S,pit.se...,neusie 'n — ziï sPrak den zenuwachtigen kleinzoon nooit dadelijk tegen. „Dan was er nog iets, dat mij onder het eten in de gedachten kwam", zoo begon zij weer, over de leuning van

Sluiten