Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Net als mijn arme mama?"

Hij drukte stijf de lippen op elkander en keerde zich om.

Maar zij boog zich te dichter naar hem toe. „Laat uw Grete bij u mogen blijven, papa, stuur haar niet weg," smeekte zij op echt kinderlijken toon. „Droefheid is een slecht gezelschap, en ik wil u daar niet alleen meê laten, papa ; ik word gauw twintig jaren en dus ben ik geen kind meer, terwijl ik daarenboven vrij wat in de wereld rond heb gezien. Ik heb goed toegekeken, scherp geluisterd en vooral een open blik gehad voor het echte schoon. Ik heb mij menig woord, dat ik hoorde, achter het oor geschreven, zooals tante Sofie zegt.... Rn de wereld is zoo wonderschoon."

„Kind, leef ik dan ook niet in de wereld ?" En hij wees naar de deur van de salon.

„Onder menschen, meent gij, papa, die u werkelijk kunnen troosten en opbeuren bij het leed, dat u drukt ?"

Hij lachte luid. „Dat juist niet! Zij zeker het minst van allen ! Maar men kan verstrooiing zoeken en vinden, zonder juist zijn leed aan anderen te vertellen. Wel breekt dat later te erger op en het strijdende hart heeft er te meer onder te lijden."

„Nu, dan zou ik mij daar niet aan blootstellen, papa," zei ze en zag hem ernstig in het gezicht.

Len spotachtige glimlach gleed over zijn gelaat, terwijl hij met de hand over Grete's korte afgeknipte haren streek. „Mijn kleine wijsheid spreekt over die dingen naar zij verstand heeft — alsof tlat zoo maar ging !.... Gij zijt katakomben doorgekropen en op pyramiden geklommen, gij hebt aan ooms zijde in Troye en Olympia het leven en woelen der oude wereld gadegeslagen, maar van het hedendaagsche leven weet gij, o zoo weinig. Wie wat zijn of worden wil, komt niet klaar door eigen kracht alleen. Er behoort een beetje zonneschijn bij uit de hoogste kringen."

Hij haalde de schouders op.

„Ja, daar begrijp ik niet veel van," antwoordde zij, terwijl een blos haar wangen kleurde, „maar ik weet toch meer van dat hedendaagsche leven dan gij denkt, papa. Oom duldt in zijn huis te Berlijn niets dat in donker behoeft rond te kruipen, daar komen altemaal mannen en vrouwen met heldere hoofden en daar wordt vrij uit en rondborstig gesproken. Onlangs was daar iemand, die zei : „och ja, dat noemen zij den haat aanvuren tusschen de verschillende klassen in de maatschappij, als wij ons zeiven verdedigen en strijd voeren tegen de onderdrukking.

ken geen haat, laat die lieden zoo hoog klimmen, als zij

Sluiten