Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg zij met verwijtenden toon, „wat heeft die kleine jongen u toch gedaan —"

„Die ? Hij ? viel hij haar angstig in de rede, terwijl hij den verloren moed langzamerhand terugkreeg, „nu dat mankeert er nog maar aan, dat die lui uit het pakhuis ons kwaad kwamen doen !... Wees eerst maar eens een veertien dagen hier, Grete, dan zal het u net gaan als mij en zult ge wel anders leeren praten, jurffouw Wijsheid. Als wij er niet streng op passen, dan is er spoedig geen plek in huis, waar die kleine bengel —" hij wees naar den knaap, die de mand op den grond had gezet, om zijn hond te kunnen pakken, „den baas niet speelt Papa is wonderlijk onverschillig en toegevend geworden. Hij maakt er volstrekt geen aanmerking op, dat die jongen op de plaats speelt, en dat hij er zijn boeken en zijn lei neerlegt op dezelfde plek, Grete waar wij dat vroeger ook deden. Ja, een paar dagen geleden zag ik, dat papa zelf een nieuw boek voor hem op de tuintafel lei..."

„Jaloersche jongen!" bromde grootpapa.

„Ja, zeg er van, wat ge wilt, grootpapa," riep Reinhold toornig. „Ik ben zuinig, zooals al de vroegere hoofden van de firma en ik erger mij er over in het diepst van mijn ziel, als ik zie, dat het geld weg wordt gegooid. Men geeft geen geschenken aan volk, dat toch al op uw beurs zit. Ik weet nu uit de kasboeken, dat die oude Lenz nooit een cent huur voor het pakhuis heeft betaald, terwijl hij zoo lui en langzaam werkt, dat hij eigenlijk geen droog brood verdient. Hij moest maar eens per stuk betaald worden ; maar jawel, papa geeft hem jaar uit, jaar in altijd zijn vijfhonderd gulden, of hij werk aflevert of niet. De zaak lijdt er natuurlijk groote schade bij.. . Ik moest maar eens een dag de baas zijn, ik verzeker u, het zou wel anders worden en ik zou wel

schoon schip weten te maken met zulk volk "

„Nu dan is het maar een groot geluk, dat zulke vlasbaarden zich koest moeten houden, totdat —"

«ija, totdat de hoofdplaats in het kantoor leeg is geworden," liet de plotseling bij hen komende handelsraad onmiddellijk volgen. Hij had den ouden heer met zijn dochter de plaats op zien komen en haastte zich naar beneden, omdat hij wel wist, dat de landraad een man van de klok was, die nooit liet wachten en ook van geen wachten hield. Hij was in jachtkostuum en had zeer waarschijnlijk een groot gedeelte van het gesprek voor het kantoorraam gehoord — daar lag althans in zijn heele optreden iets, 't welk duidelijk blijk gaf, dat hij inwendig scheen te koken. Overigens

Sluiten