Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zag hij volstrekt niet naar het venster om, maar haalde de schouders op en zei, bijna op vroolijken toon: „ongelukkig zit papa nog altijd op die plaats, zoodat de wijze zoon zijn opruimingsplannen voor een onbepaalden tijd zal dienen uittestellen."

Beleefd bood hij zijn schoonvader de hand.

Het venster werd bijna onhoorbaar dicht gedaan en een oogenblik later hing de dichte gordijn er zoo netjes voor, dat zelfs geen schaduw van een mensch meer werd gezien. De jongeheer was zeker maar bedaard weer gaan zitten op zijn gewonen stoel.

De knaap was er intusschen in geslaagd, Philine machtig te worden. Tante Softe, die juist met een schaal met gebak uit de kamer kwam, had hem geholpen door voor den hond te gaan staan, en de jongen haastte zich naar de trap, met den hond op den eenen, de mand aan den anderen arm, en een heel bedrukt gezicht.

„Hebt ge geschreid, mijn jongen ?" vroeg de handelsraad zich naar den knaap buigend. Grete meende, dat zij papa nooit op zoo'n zachten innigen toon had hooren spreken, als toen de deelnemende vraag den anders zoo koel voornamen man over de lippen kwam.

„Ik? Zou ik geschreid hebben?" antwoordde de knaap, als voelde hij zich door die vraag beleedigd. „Een echte jongen huilt nooit !"

„Bravo, zoo mag ik het hooren !" riep de landraad lachende. Dat is een pracht van een jongen !"

De handelsraad greep den hond, die zijn best deed om los te komen, en zette hem op den grond. Als gij nu de plaats opgaat dan zal hij u wel achterna loopen," zei hij op geruststellenden toon. „Maar als ik in uw plaats was zou ik mij toch schamen met een mand aan den arm over straat te gaan," met een somberen blik keek hij naar de mand alsof het hem ergerde, dat die tengere, ranke gestalte ontsierd werd door zulk een aanhangsel. „Dat voegt geen gymnasiast — uw makkers zullen u er om uitlachen."

„Laat hen dat eens wagen 1" zei de knaap, terwijl hij het van toorn blozende gelaat stout naar boven hief. „Ik zal toch wel brood mogen halen voor mijne grootmoeder. Onze schoonmaakster is ziek en grootmoeder heeft pijn aan den voet. Ga ik niet, dan is er niets bij de koftie; wat kan het mij schelen, wat er een domme jongen van zegt !"

„Dat is braaf van u, Max," kwam tante Softe tusschenbeide en reikte den jongen tegelijk een handvol amandelgebak toe.

Vriendelijk zag hij haar aan, maar hij stak de hand niet uit. „Ik dank u, ik dank u wel juffrouw," zei hij en streek verlegen

Sluiten