Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jarenlange worsteling en strijd wisten aan te landen. En'toch had de oude man gisteravond met van geluk stralende oogen zijn zoon aangezien, toch had hij gedurig geijverd tegen de lui in onzen tijd, die maar naar boven willen en er niets om geven, door welke middelen zij hun doel bereiken. De stroopkwast en de Tartuffes, zei de oude man, schenen tegenwoordig ook weêr aan de orde van den dag te zijn en een echt vaderlander moest zich schamen voor zijn buren, die er getuigen van waren, dat sluipende en kruipende figuren de eerste plaatsen op het groote schaakbord wisten te nemen.

Voelde hij in zijne vaderlijke verblinding dan niet, dat hij zijn vleesch en bloed aan de kaak stelde, of had de landraad er den slag van, zijn vader zand in de oogen te strooien ? Deze had er immers zoo kalm bij gezeten, of hij met al die dingen niets te maken had. Hij had geen schijn of schaduw van een kleur van schaamte laten zien. Hij had maar rustig zijn sigaar zitten rooken en naar de blauwe kringetjes zitten kijken, die hij uit zijn mond blies. En als hij iets had gezegd had hij altijd gelijk gehad.

Maar wat ook de grondtoon van dit karakter wezen mocht, dat ging haar eigenlijk weinig aan, zij kon het maar niet vergeten, dat de jonge oom zoo verschillend oordeelde over de beide kinderen van zijn overleden zuster — de voorbeeldeloos brave en vlijtige Reinhold kon bij zijn oom Herbert geen kwaad doen, terwijl de „wildzang" hem even onverdragelijk was als altijd. Had hij ongelijk ? Reinhold vatte zijn taak op met den meest mogelijken ernst; hij was het koel, berekenend verstand in eigen persoon, en zij — ja, zooals ook nu weder uit haar maskeradepak bleek

— zij zat vol dwaasheid en spotzucht Met een hoog roode

kleur op de wangen wilde zij zich ongemerkt verwijderen. Tante Sofie en oom Herbert keerden haar den rug toe, zij waren bezig iets te bekijken, dat op de vensterbank lag en het geluid der hard dichtgeslagen deur was oorzaak, dat zij van den ruischenden sleep niets hadden gehoord. Doch nu was het zoo doodstil, dat de minste beweging, die zij bij het omkeeren maakte, wel gehoord moest worden. Tante Sofie stond een oogenblik sprakeloos van verbazing, maar sloeg toen de handen ineen en begon hartelijk te lachen.

„Dat was u bijna gelukt Grete ! Jongens, dat was een onbetaalbare grap geweest, als de oude tante den angst eens beet had gekregen. Nu, zoo ver was het nog niet, maar ik voelde toch een oogenblik een schok door en door," de goede tante drukte de hand tegen de borst. „Laat Barbe u in 's hemels naam niet zien! En wat lijkt

Sluiten