Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

een onnut meubel, maar dat is nu eens niet anders. Uw grootvader, Grete, heeft de vaas meegebracht uit Italië."

Grete stond bij de tafel. ,,Namaak en nog niet eens mooi," zei ze na een kort onderzoek van de scherven. „Grootpapa heeft zich zeker beet laten nemen. Gooi die stukken gerust weg tante, de koffiekan van Barbe is van gelijke afkomst als die prachtige vaas."

„Wel dat klinkt zoo bepaald, zoo uitgemaakt, of oom Theobald zelf zijn oordeel had geveld, zei de landraad, die bij het raam was blijven staan. „Ik kan mij best begrijpen, dat hij zijn medewerkster zeer mist. —"

„Medewerkster !" Grete begon hartelijk te lachen. „Zijn dienstbare geest, zijn dwerg, wilt gij zeggen. Ziet ge, zoo'n soort van aardmannetje, dat stil en trouw de kachel bezorgt in de bibliotheek, wat geen knecht zoo kan doen; dat nu en dan een kop sterke koffie kookt en ongemerkt voor hem neerzet, als de geleerde onderzoeker zich al te zeer inzijn arbeid verdiept, dat als eenhagedis tusschenbeiden de ladder van de bibliotheek opklautert en er weer afglijdt, om hem het nazien van boeken en bronnen te verlichten kijk zulk een aardmannetje ben ik ! En als er dan hier en daar wat blijft hangen van al dien geestelijken rijkdom, die daar de lucht vervult, nietwaar, dan is dat geen wonder. Maar stelselmatig geordend en geregeld is hier die kakelbonte chaos nog lang niet" — zij tikte met den vinger tegen het hooge voorhoofd. „Wie zou dat ook verlangen van een meisjeshoofd, hé, oom ?"

Lachend wierp zij het stuk van de gebroken vaas weer op de tafel.^ „Maar hoe komt gij er aan, dat oom Theobald mij missen zou? vroeg zij op eens, terwijl zij den landraad ernstig aanzag.

„Dat zal ik u wel zeggen, mama heeft een brief gehad van tante Elise. Niet alleen in ooms studeerkamer, maar ook in het salon van tante, waar de huisvrienden bij elkander komen, wordt naar uw spoedige terugkomst verlangd... Mijnheer von Billingen Wackewitz is, schijnt het, het bedorven kind in dat salon!"

„Waarom denkt gij dat?'

Er vloog haar een blos over de wangen, terwijl zij een flauwen rimpel in het voorhoofd trok.

Herbert wendde zijn doordringenden blik niet van haar af. „Wel, omdat ik durf te wedden, dat er in den langen brief van tante geen vijf regels zijn, waar de naam van dien mooien Mekklenburger niet in voorkomt!"

„Hij is een protégé van tante Elise en een van de zeer weinige adellijken, die het huis van oom, den „vrijheidsvriend" willen

Sluiten