Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was haar, als sloeg die diepe zwaarmoedigheid tot waanzin over, als zou die woedende man het stille koopmanshuis tot een schouwspel maken van verschrikkelijke dingen. Maar er gebeurde verder niets. Toen het portret was omgekeerd, scheen zijn drift gestild en hij ging weer door, zoo vlak voorbij de kast, dat zij zijn zware ademhaling duidelijk hooren kon.

Een oogenblik later werd de sleutel gestoken in het slot van de spookkamer. De handelsraad ging er in en schoof van binnen den grendel voor de oude deur.

Een siddering overviel het luisterende meisje. Wat kon haar vader daar toch willen in die akelige, eenzame kamer ? Niemand in huis wist of kon vermoeden, dat hij hier was. Barbe beweerde dat hij er nooit weer een voet had gezet — hij moest zeker verschrikkelijke dingen in de spookkamer hebben gezien — want een man zooals hij week niet voor niemendal van de plaats, die hij eens voor zich had verlangd. En nu was hij er toch weer in, als begraven onder diepe stflte en donkerheid, want Grete hoorde niets, hoe zij luisterde. Misschien zoekt hij juist die stille eenzaamheid, als hij in drukte en gewoel de booze aandoeningen geen meester kan worden. Misschien kwam juist daar alles in zijn binnenste tot almte en rust. .. Hij was ziek, Het was niet waar wat grootmama altijd zei, dat de smart over zijn overleden vrouw hem verteerde — hij was immers, in de eerste jaren na dat verlies, nooit zoo somber en zwartgallig geweesf. Neen, hij was zeker ziek, zijn kranke verbeelding plaagde hem op allerlei wijze, zij had het op den eersten avond van haar terugkomst wel gemerkt. Immers hij, de nauwgezette man, het streng eerlijke hoofd van de geachte firma Lamprecht & Zoon, hij beelde zich in, dat er een tijd kon komen, waarop men hem met de vingers zou nawijzen, een tijd, dat men hem weren zou uit al die kringen, waarbij hij thans zoo in aanzien stond. Haar hart kromp van weedom ineen, als zij het zich herinnerde, hoe hij op dat oogenblik haast hulpeloos voor haar had gestaan en om haren bijstand had gebeden. Zoo ver, zoo verschrikkelijk ver, was het dus met zijn ziekte al gekomen!"

Nog een oogenblik bleef Grete staan luisteren — achter de gegrendelde deur bleef alles doodstil — toen sloop zij nog bevende van schrik en aandoening uit de kast, raapte hare bovenkleeding bijeen en vloog er mee naar een kamer die op de steenen zaal uitkwam, om daar haastig haar toilet weer in orde te maken. Hoe gelukkig dat papa niet tien minuten vroeger thuis was gekomen. Indien nu het zien van het levenlooze portret hem al zoo buiten zichzelf bracht, wat zou er niet gebeurd zijn, als hij