Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals grootmama fluisterend vertelde. Het moest dienst doen bij zijn schrijftafel, maar eigenlijk, en dat was het diepste geheim, moest het later dienst doen in het boudoir van de aanstaande jonge mevrouw. Met lust en ijver werkte Grete aan bloemen en bladeren, die later door den voet der schoone Heloise zouden worden betreden.

Tegen vier uur kwam de landraad van zijn bureau. Hij had zijn kamer naast het salon van mama. Een tijdlang hoorde men daar druk heen en weer loopen; boden brachten actenstukken, gendarmes leverden rapporten in, smeekende stemmen werden daar tusschen in vernomen en Grete dacht onwillekeurig, hoe de rust en stilte in de bovenvertrekken van het oude koopmanshuis verstoord werd door bewoners, die niet den naam Lamprecht droegen Dat hadden die oude handelaars zeker nooit gedacht. Altijd immers was het hun trots geweest het ruime huis alleen te bewonen en de bovenverdieping desnoods ledig te laten staan, opdat geen vreemde voet recht had, de breede steenen trap mee te helpen verslijten en geen vreemd rumoer de deftige stilte kon ontwijden.

Niettegenstaande de nfellen storm, die de glazen onder zijn heftige stooten deed rinkinken, werd er een keurig mandje met fijne vruchten van den Prinsenhof binnen gebracht. Grootmama trilde van aandoening over zoo veel vriendelijkheid. Haastig wierp zij een doek over het tapisseriewerk en riep haar zoon, tetwijl zij den brenger een ruime fooi in de hand stopte,

Herbert bleef een oogenblik op den drempel van het salon staan, alsof hij zich verwonderde zijn moeder niet alleen aan te treffen, toen kwam hij binnen en groette Grete.

„Dag oom", antwoordde zij vriendelijk en opgewekt, en werkte intusschen door aan een punt van het kleedje, die onbedekt was gebleven.

Even rimpelde zich zijn voorhoofd, toen hij me verstrooiden blik hel mandje met vruchten bekeek, dat zijn moeder hem liet zien.

„Een zonderlinge liefhebberij, om bij zulk weer er iemand met een boodschap door te zenden," zei hij koel. „Mij dunkt, dat dit toch zooveel haast —"

„Neen, Herbert!" zoo viel Mevrouw Marsehal hem driftig in de rede, „de vruchten zijn versch en hebben dus nog den vollen geur. En daarenboven... gij weet immers dat men buiten niet graag eenige dagen laat voorbijgaan zonder dat er van weerskanten een teeken van leven gegeven wordt. Heerlijke geur... ruik toch eens! Ik zal u dadelijk wat druiven en perziken in uw kamer sturen."

„Dank u wel, mama! De oplettendheid van den Prinsenhof