Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geldt mij niet, maar u. Ik hoop, dat de vruchten u lekker zullen smaken."

En met die woorden ging hij weer heen.

„Hij neemt het een beetje kwalijk, dat dit bewijs van vriendschap en liefde niet rechtstreeks aan hem is gestuurd", fluisterde Grootmama Grete in het oor en zette den bril op, om weer aan het werk te gaan. „Maar mijn hemel, dat kan Heloise immers nog niet doen. Hij is zoo schuw, hij heeff zoo weinig moed, dat het net is of hij hoopt, dat zij het eerste woord spreken zal.... Ja kind, dat zijn van die dingen, waar gij nu ook langzamerhand ondervinding van zult krijgen", liet zij er luider op volgen en knipte schalksch met de oogen, terwijl zij nu het onderwerp weer kon opvatten, dat door de komst van den Prinsenhof was afgebroken. Zij had gepoogd van de vensternis een biechtstoel ie maken, natuurlijk met betrekking tot den brief van mijnheer von BillingenWackewitz. Grete had dien brief van ochtend verbrand, nadat zij gisterenavond een weigerend antwoord er op had gegeven. Maar zei er geen woord van. Als eene fijne diplomaat antwoordde zij kort op alle vragen, zonder bij dat antwoord zich duidelijk te verklaren, doch niet zonder zich bitter te ergeren over de manier waarop grootmama over den heer von Billingen sprak, alsof deze reeds tot de familie behoorde. En wijl mevrouw Marschal dien naam nog al luid en duidelijk noemde, speet het haar, dat Herbert de deur naar zijn kamer niet goed dicht had gedaan, zoodat men daar heel goed kon hooren, wat hier werd gesproken.

De oude mevrouw zat met den rug naar die deur en kon dus niet zien, dat zij half openstond. Opeens werd zij er door eenig gedruisch opmerkzaam op gemaakt en keerde zich om.

„Hebt gij iets noodig, Herbert ?" vroeg zij.

„Neen, mama", antwoordde hij, „ik zou alleen graag deze deur een beetje open laten. Het is al te warm in mijn kamer".

Mevrouw Marschal glimlachte even en schudde her hoofd. „Hij denkt zeker, dat wij over Heloise zitten te praten en dat zou hij natuurlijk graag duidelijk willen hooren," fluisterde zij Grete in het oor en begon dadelijk over den Prinsenhof en zijn bewoners.

Het duurde niet lang meer, of het begon te schemeren. Het werk werd samengerold en weg gelegd en daarmee waren ook dn biechtpraatjes van grootmama gesloten. Grete haalde ruimer adem en ging spoedig naar beneden. Zij behoefde in de zijkamer niet te groeten, want de deur was al een poosje van binnen weer dicht gedaan.

Bij de trap tochtte het geweldig, Geen wonder! Een van de