Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot stuk muur boven bij het dak van den spookgevel. Een heldere straal uit de bovenverdieping viel juist op die opening, Men was boven ook niet naar bed gegaan.

Opeens zag zij haar vader naast zich, terwijl de beide bedienden met de ladder naar de deur draafden. Hij lei zijn hand zwaar op haar schouder en wees naar den helderen lichtstraal op het dak

„Kijk dat licht is kalm en onbeweeglijk onder al het rumoer even kalm, als de trotsche bewoners onzer bovenverdieping Als zij het eens wisten! Morgen zal daar een storm losbarsten wilder

bedreigt*"' "°g ^ ^ ** °Ude hU'S mCt de" onderganS

Tante Sofie kwam juist met de lantaarn uit den gang en hij zweeg.

„Tot morgen, kind," zei hij, terwijl hij Grete een hand gaf, nam zijn lamp en ging naar zijn kamer.

Even na middernacht kwam het weer tot bedaren. De lichten in de stad werden uitgedaan en de verschrikte bevolking ging te rust. Ook in het huis Lamprecht werd het stil; alleen Barbe wierp zich in haar bed heen en weêr en kon niet slapen — daar was geen geloof, geen vertrouwen meer in de wereld. Die beide domme halzen, de huisknecht en de koetsier begonnen nu hun meester ook al naar den mond te praten en hielden vol, dat het leven alleen was ontstaan door het omverwaaien van de portretten straks in de keuken waren zij toch zoo wit als krijt geworden van angst en hadden er wel een eed op willen doen, dat dat bonzen en trappelen boven in den gang niets anders was dan heen en weer gevlieg van het spook. Geduld maar — het zou nog wel uitkomen, dat zou het!

Den volgenden ochtend was het doodstil in de natuur. De zon wierp haar warmen, gouden glans over het tooneel van verwoesting dat daken, muren en schoorsteenen te aanschouwen gaven en de straten glinsterden alsof zij met diamanten waren bestrooid, door de glasscherven die de steenen bedekten. Ja, de storm had groote

te doen3311^ * Cn VOOF hCt Werkvolk kwam er een ^J'dlang veel

Al vroeg was er een bode uit Dambach in de stad gekomen. iJe fabriek had door het noodweer zoo geleden, dat zij misschien een poos zou moeten stilstaan. De handelsraad was er terstond Heengereden. Hij had er best uitgezien en voor hij ging, smakelijk ontbeten, vertelde tante Sofie aan Grete, die met feÉren angst ar aar vader vroeg. Ja, hij had wel dien zwaren rimpel tusschen de oogen, dien men wel kende, maar het was dan toch ook geen kleinigheid, als de fabriek niet werkte. Er moest toch alfeld

Sluiten