Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klonk het haar telkens in de ooren, en opeens bleef zij staan te midden van den loop; het geloof aan een gelukkiger uitkomst verdween plotseling uit haar gruwzaam gefolterd hart. Op die plek, waar de berken tusschen de beuken stonden, ja, day was het gebeurd! Daar hadden voetstappen den grond plat getrapt, daar had men takken van de boomen getrokken, om ruimte te maken, Het was of al haar kracht haar begeven zou, en toen het boschje en de eerste huizen van het dorp eindelijk achter haar lagen en de fabrieksgebouwen zich op korten afstand voor haar vertoonden, toen leunde zij met knikkende knieën tegen een boom, vlak bij de poort van de fabriek.

Op de plaats voor het gebouw stonden eenige arbeiders bijeen, maar men hoorde geen enkele stem, men vernam alleen den tred van een paard, Herberts bruine, die op en neer werd geleid. Op hetzelfde oogenblik, dat Grete tegen den boom leunde, kwam de landraad uit den tuin de plaats op en tegelijk reed van den kant van den straatweg een equipage in harden draf tot voor de poort. Grete zag als in een nevel de fladderende linten en de wuivende veeren — in het rijtuig zaten de dames van den Prinsenhof.

„Om Godswil, beste landraad, stel mij toch gerust," riep de barones von Taubeneck, toen Herbert met een diepe buiging bij het portier kwam — hij zag er zoo bleek uit als een doode. „Mijn hemel, wat ziet gij er uit! Dan is het toch waar, het ongelooflijke, het ontzettende, dat de opperambtman van Hermsleben mij zooeven vertelde! Onze lieve, arme handelsraad

„Hij leeft, oom — nietwaar, hij is niet dood, hij leeft," klonk opeens een zachte, door tranen gedempte stem hem in de ooren en hij voelde dat gloeiende vingers zijn hand omklemden.

Vol ontsteltenis deed hij een stap achteruit. „O God, Grete —" De dames in het rijtuig bogen zich voorover om de rijke koopmansdochter te zien, die bezweet en bestoven in een eenvoudig kleedje en een doek over het hoofd als een dienstmeisje voor haar stond.

„Wat, juffrouw Lamprecht, uw nicht, mijnheer Marschal P vroeg de dikke dame op ongeloovigen toon, maar toch met die nieuwsgierigheid, die zelfs in de pijnlijkste omstandigheden zich soms doet gelden.

Hij antwoordde niet en Grete had geen blik voor de toekomende aanzienlijke schoonmama — wat was er haar in dit ontzettend uur aan gelegen in welke betrekking deze drie menschen tot elkander stonden. Met onuitsprekelijken angst zag zij Herbert in het gezicht, „Grete," riep hij uit, verder niet; maar de klank zijner stem

Sluiten